Naar hoofdinhoud
1.. Het college informeert de raad door middel van twee bestuursrapportages ( Voor- en Najaarsnota) over de voortgang van de begroting en de vermoedelijke uitkomst van de rekening van de gemeente. 2.. De inrichting van de bestuursrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting c.q. de beleidsproducten. 3.. De bestuursrapportages verschijnen op de volgende tijdstippen: Voorjaarsnota in mei; Najaarsnota in september. 4.. De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de lasten, de baten, de geleverde goederen en diensten, projecten, kredieten, voortgang planningen en indien daar aanleiding voor is de vermoedelijke of reeds gerealiseerde maatschappelijke effecten. In de rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan afwijkingen van: ontwikkeling van de algemene uitkering; de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt; resultaten uit grondexploitatie; realisatie op begrote subsidieverwachtingen; voortgang planning, kredieten, projecten en thema’s. 5.. Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde afzonderlijke verplichtingen inzake: investeringen groter dan € 450.000; het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 50.000. 6.. Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat, die verder reiken dan twee jaar en waarvan de jaarlijkse lasten groter zijn dan € 50.000 en betrekking hebben op zaken die buiten de werking van de bedrijfsvoering liggen. 7.. De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven.

Rechtspraak bij dit artikel