Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6

Artikel 19

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk stadsgezicht

Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING CULEMBORG 2017

1.. De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders, een stadsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stadsgezicht. Het als beschermd aangewezen stadsgezicht wordt geregistreerd in het gemeentelijke erfgoedregister. 2.. Voordat burgemeester en wethouders het voorstel ter besluitvorming aan de raad voorleggen vragen zij advies aan de Commissie Erfgoed & Ruimte. De Commissie Erfgoed & Ruimte brengt schriftelijk advies uit binnen twaalf weken na de datum van ontvangst van de adviesaanvraag van burgemeester en wethouders. 3.. De aanwijzing kan geen stadsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 e.v. Monumentenwet 1988 (c.q. Erfgoedwet, artikel 9, eerste lid, sub a) of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2., eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 4.. De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het voorstel door burgemeester en wethouders als bedoeld in het eerste lid. 5.. De gemeenteraad stelt ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van een beschermd gemeentelijk stadsgezicht een bestemmingplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stadsgezicht kan hiertoe een termijn worden gesteld. 6.. Bij het besluit tot aanwijzing van een gemeentelijk beschermd stadsgezicht wordt door burgemeester en wethouders bepaald in hoeverre geldende bestemmingsplannen voor het betreffende gebied kunnen worden aangemerkt als beschermend plan in de zin van het vorige lid, dan wel of een beheerverordening als bedoeld als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld. 7.. Als een bestemmingsplan zoals bedoeld in het vijfde of zesde lid opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid, van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad, in afwijking van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende gebied een beheerverordening vaststellen als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. 8.. Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel