**1..** In een gemeentelijk beschermd stadsgezicht is het verboden om zonder omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2., eerste lid, aanhef en onder c. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of in strijd met de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
bouwwerken te verstoren, (ver)plaatsen, op te richten, af te breken of in enig opzicht te wijzigen;
bouwwerken te herstellen, gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het gemeentelijk beschermd stadsgezicht wordt ontsierd of in gevaar gebracht;
onroerende zaken, geen bouwwerken zijnde, hieronder begrepen straten, wegen, pleinen, verhardingen, straatmeubilair, erfafscheidingen, watergangen, walkanten en bomen te wijzigen, geheel of gedeeltelijk af te breken, of te gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.
**2..** Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikelen 14 tot en met 18 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 6
Artikel 21
Verbodsbepaling en vergunningverlening
Onderdeel van ERFGOEDVERORDENING CULEMBORG 2017