Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Wat is BCF

Onderdeel van Subsidieprogramma Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg 2018-2024

BCF is een vorm van subsidiëring waarbij de gemeente contracten afsluit met maatschappelijke organisaties, waarin afspraken over prestaties worden gemaakt die gemonitord en geëvalueerd worden. Deze vorm van subsidie gaat gelden voor de professionele (welzijns-)instellingen die actief zijn in de gemeente Geertruidenberg. Bovendien heeft de gemeente al een BCF-contract met Theek5. Met de professionele (welzijns-)instellingen worden prestatieafspraken gemaakt. Dit is een wezenlijk verschil met de huidige wijze van subsidiëring. De huidige manier van subsidiëren is gericht op het bijdragen aan huurkosten, personeelskosten, activiteiten, etc., zonder dat een relatie wordt gelegd tussen de verstrekte subsidie en de te bereiken doelen. Met de nieuwe manier van subsidiëren worden hierover juist wel afspraken gemaakt. In de subsidieovereenkomst worden doelen, resultaten, subsidie-omvang, wijze van volgen van resultaten en de monitoring vastgelegd. Dit leidt tot meer transparantie en een duidelijker relatie tussen subsidie, doelen en resultaten. Het college kan, in het kader van de BCF, een instelling een subsidie toekennen en verlenen volgens het proces van opdrachtformulering en offertestelling. De BCF wordt in principe toegekend voor de duur van vier jaar. Het college formuleert jaarlijks, in dit geval per 1 mei in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, haar opdrachten aan de instellingen, op grond van de doelstellingen zoals beschreven in dit subsidieprogramma onder 3.3. In deze opdrachtstelling verwoordt de gemeente vanuit het beleidskader sociaal domein concrete doelstellingen en resultaatverwachtingen. De resultaatverwachtingen komen tot stand in samenspraak met de instellingen. De instellingen dienen voor 1 juli een offerte in, waarbij zij aangeven op welke wijze en tegen welke prijs zij de opdracht van het college denken uit te voeren. Dit dient op basis van een integrale kostprijs inzichtelijk gemaakt te worden, met daarin de variabele kosten van de organisatie (uurtarief en inschatting van het aantal te besteden uren) en de vaste kosten van de organisatie (overhead). De instellingen dienen beargumenteerd aan te geven welke producten, diensten en interventiestrategieën worden ingezet om bij te dragen aan de realisatie van de beleidsdoelen die zijn verbonden aan het subsidieprogramma van de gemeente. De gemeente neemt vóór 1 oktober een definitieve beslissing over de toekenning van de subsidie, onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentelijke begroting door de raad. Het financieel kader en de beschikbare middelen zijn hiervoor leidend. Na toekenning van de subsidie vinden er, in het lopende subsidiejaar, periodiek gesprekken plaats tussen gemeente en instelling om de voortgang te monitoren en eventuele aanpassingen in het subsidiejaar door te voeren. In 2019 en 2020 wordt voor het eerst met deze vorm van subsidiëring gewerkt. De periode 2018-2020 kan als een gewennings- en leerperiode voor gemeente en instellingen worden beschouwd. In deze periode leren gemeente en instellingen omgaan met deze nieuwe manier van werken zonder dat direct (financieel) afgerekend wordt op de bereikte resultaten. Uitkomsten uit dit leerproces kunnen leiden tot bijstellingen in de wijze van offreren, contracteren, evalueren en verantwoorden. Op dit moment loopt de BCF-ontwikkeling met de professionele welzijnsorganisaties MEE, Surplus, TREMA en SW(O)G. Het uiteindelijke doel is om met de maatschappelijke instellingen in 2020 een BCF-contract voor de looptijd van vier jaar (2021-2024) af te sluiten, waarbij jaarlijks, op basis van evaluatie van de behaalde resultaten, de subsidie wordt vastgesteld. Vanaf 2021 is de BCF-subsidie volledig ingevoerd. Met Theek5 loopt deze ontwikkeling al langer. Theek5 wordt al op de BCF-wijze gefinancierd. In het overzicht op bladzijde 11 is Theek5 inclusief subsidiebedrag opgenomen. De subsidieontvangers vallend onder BCF dienen een accountantscontrole toe te laten passen op hun jaarrekening om in aanmerking te komen voor de vaststelling van de subsidie. Het overleggen van deze accountantsverklaring geldt in het in het geval wanneer het subsidiebedrag groter is dan € 75.000. In beginsel en onder voorbehoud van de financiële ontwikkelingen van het Rijk en die hieraan gekoppelde gemeentebegroting, kan een indexatie van de personeelskosten plaatsvinden.

Rechtspraak bij dit artikel