Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3

Aanvraagprocedure

Onderdeel van Subsidieprogramma Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg 2018-2024

De aanvraag voor een activiteitensubsidie moet vóór 1 mei voor het jaar daarop ingediend zijn bij de gemeente Geertruidenberg. Deze aanvraag dient te specificeren hoeveel activiteiten voor de grondslag worden ontplooid en bevat een recente (jeugd)ledenlijst 1 januari van het betreffende jaar waarin de aanvraag wordt gedaan. De gemeente doet vóór 1 oktober voor het jaar daarop uitspraak over de verlening van de subsidie, onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentelijke begroting door de raad. De subsidie wordt in beginsel voor vier jaar verleend, waarbij jaarlijks de hoogte van het uiteindelijke subsidiebedrag wordt vastgesteld. Na verlening wordt in het 3e jaar van subsidieverlening het ledenaantal gecontroleerd. Als het ledenaantal ten opzichte van het voorgaande jaar gestegen dan wel gedaald is met 15% of meer dient de subsidie aanvrager dit expliciet aan te geven. Als de verandering van ledenaantal binnen de 15%-bandbreedte blijft (stijging of daling), past de gemeente haar subsidiebedrag op basis van de ledenaantallen voor de subsidieaanvrager niet aan. Als het verschil meer dan 15% is, wordt het subsidiebedrag dienovereenkomstig aangepast.[12] Bij indiening van de jaarstukken vóór 1 mei bij de gemeente wordt gecontroleerd of voldaan is aan de aard en het aantal activiteiten in dat jaar, als ook de uit te voeren jaarlijkse extra activiteit voor de prioritaire doelgroepen. Als deze informatie in de jaarstukken niet aansluit op de aanvraag kan de subsidie voor het jaar waarover de verantwoording wordt gedaan lager worden vastgesteld.[13] De eerste twee jaar van deze nieuwe werkwijze wordt als een gewennings- en leerperiode voor gemeente en vrijwillige organisaties en verenigingen beschouwd. In deze periode leren gemeente en vrijwillige organisaties omgaan met deze nieuwe manier van werken. Vrijwillige organisaties en verenigingen hebben een inspanningsverplichting om de in de begroting opgenomen activiteiten en de eventuele extra activiteit voor de prioritaire doelgroepen goed uit te voeren en te laten slagen. Overigens wordt het eventuele subsidiebedrag voor de extra activiteit pas uitgekeerd bij vaststelling van de subsidie. Een vrijwilligersorganisatie of vereniging met een activiteitensubsidie kan geen waarderingssubsidie aanvragen en vice versa. Indien een organisatie een bepaald jubileum of toernooi in het vooruitzicht heeft, is het de verantwoordelijkheid voor die organisatie om hiervoor te sparen of andere (financiële) bronnen aan te boren, zoals sponsoring. Hier wordt in beginsel dus geen aparte (incidentele waarderings-) subsidie voor uitgekeerd. Dit geldt overigens ook voor het aanvragen van een incidentele waarderingssubsidie naast een bestaande structurele waarderingssubsidie. Ook hierbij gaan we uit van de verantwoordelijkheid van de organisatie. [12] Daar waar leden staat, geldt voor de Speel-o-theek abonnementen. [13] Het subsidiebedrag wordt alleen in het betreffende jaar waarover de verantwoording wordt ingediend lager vastgesteld. De verlening blijft gelijk (behoudens ledenwijzigingen buiten bandbreedte) gedurende vier jaar.

Rechtspraak bij dit artikel