Vergunninghouders worden vanuit een opvanglocatie gekoppeld aan een gemeente. Dit betekent dat deze gemeente de gekoppelde vergunninghouders dient te huisvesten. Op het moment dat deze vergunninghouders gehuisvest worden in een gemeente vallen zij niet meer onder de opvang van het COA. Ze zijn dan reguliere inwoners van de betreffende gemeente met dezelfde rechten en plichten als elke andere inwoner. De nieuwe inwoners zijn bijstandsgerechtigd, ontvangen toeslagen en zijn zelf verantwoordelijk voor zijn of haar financiële verplichtingen.
Het Rijk stelt voor iedere gemeente in Nederland elk half jaar de taakstelling vast van het aantal te huisvesten vergunninghouders. Gemeenten zijn verplicht huisvesting te verzorgen. In de Huisvestingswet 2014 is geregeld dat deze doelgroep met voorrang in aanmerking komt voor een sociale huurwoning. De provincie houdt als interbestuurlijk toezichthouder toezicht op het tijdig realiseren van de taakstelling door de gemeente.
Wanneer gemeenten de taakstelling niet behalen kan de provincie het interbestuurlijk toezicht in werking laten treden. Dit betekent concreet de inzet van het instrument Indeplaatsstelling bij taakverwaarlozing. Hierbij zal de provincie of het Rijk de taak (het huisvesten van vergunninghouders) namens de gemeente uitvoeren op kosten van de gemeente.
De Indeplaatsstelling treedt pas in werking als een gemeente gedurende 2 à 3 perioden een achterstand in haar taakstelling heeft opgebouwd en deze niet via de gebruikelijke wijze kan inlopen. De taakstelling is de laatste jaren door de hoge toestroom steeds verhoogd. En ook in 2016 hebben gemeenten een hogere taakstelling dan in 2015.
In veel gevallen huisvesten gemeenten deze vergunninghouders in sociale huurwoningen van hun woningcorporaties. Veel gemeenten hebben moeite om aan deze taakstelling te voldoen, o.a. door verdringing van andere doelgroepen die ook aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Hierdoor vertraagt de doorstroom van vergunninghouders van asielzoekerscentra naar reguliere huisvesting elders in het land.
Situatie Oirschot:
We hebben als gemeente Oirschot de laatste jaren voldaan aan onze taakstelling. We verwachten dat we de komende jaren meer problemen gaan ondervinden, zowel in aantallen beschikbare sociale huurwoningen als in verdringing van andere doelgroepen die aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Dit wordt onder andere veroorzaakt doordat de wachttijd voor gezinshereniging opgelopen is tot ongeveer 1,5 jaar. Vergunninghouders in afwachting van gezinshereniging moeten we daarom huisvesten als één-persoonshuishoudens. Door deze toename van 1 persoonshuishoudens hebben we meer woningen nodig voor hetzelfde aantal vergunninghouders. In onderstaande tabel staat een overzicht van de taakstelling van de afgelopen jaren:
Periode
Taakstelling
Gerealiseerd
Aantal woningen
Hele jaar 2013
8
8
3
Hele jaar 2014
17
17
7
Hele jaar 2015
31
34
9
Eerste helft 2016
22
16 5 Stand van zaken half mei 2016. Tweede helft mei en juni 2016 zijn hierin nog niet meegenomen.
85
Tweede helft 2016 (prognose)6 Dit aantal wijkt iets af van het in de brief van de Commissaris genoemde aantal van 45 (totaal 2016). Inmiddels is bekend dat de taakstelling voor de tweede helft van 2016 landelijk 23.000 bedraagt. Dit betekent een taakstelling voor Oirschot voor de tweede helft van 2016 van circa 25 personen.
25
Tabel: Ontwikkeling en prognose taakstelling huisvesting vergunninghouders gemeente Oirschot
Als de gezinsherenigingen uiteindelijk plaatsvinden tellen deze uiteraard ook mee voor de taakstelling.
Te volgen koers voor de gemeente Oirschot:
Gezien de algemene problematiek van doorstroming van asielzoekers met een verblijfsvergunning naar reguliere woningen in gemeenten én de verwachting dat we vanaf 2016 zonder extra maatregelen niet meer kunnen voldoen aan onze taakstelling, willen we sterk inzetten op het huisvesten van vergunninghouders:
We willen de komende jaren aan onze taakstelling voldoen.
We streven daarnaast vanaf 2017 naar het (tijdelijk) huisvesten van 10% extra vergunninghouders binnen onze gemeente.
Onze voorkeur gaat uit, gezien de aard van onze woningen, naar het huisvesten van gezinnen. Dit sluit aan bij het onlangs afgesloten Actieplan Statushouders waarin is gesteld dat de gemeenten ‘zich samen verantwoordelijk voelen voor de totale taakstelling’. Onderling uitwisselen van statushouders is mogelijk, waarbij plussen en minnen per gemeente kunnen ontstaan. De steden Eindhoven en Helmond richten zich - vanwege de samenstelling van de woningvoorraad – meer op 1- en 2-persoonshuishoudens. De andere gemeenten juist meer op gezinnen. We sluiten het huisvesten van andere typen huishoudens in onze gemeente niet uit.
We vullen onze taakstelling bij voorkeur in met vergunninghouders die zich reeds in een opvanglocatie binnen onze gemeente bevinden 7 Op dit moment worden asielzoekers die vanuit een reguliere opvanglocatie in aanmerking komen voor huisvesting over het hele land verspreid. Oorzaak hiervan is de niet-evenredige spreiding van opvanglocaties en het aantal beschikbare woningen over Nederland. . Hierdoor hoeven asielzoekers niet opnieuw kennis te maken met de omgeving en kan de integratie binnen de lokale samenleving die deels al heeft plaatsgevonden verder voortgezet worden. Op dit moment houdt het COA weinig tot geen rekening met de locatie van de opvangvoorziening en de gemeente waarin vergunninghouders worden gehuisvest. We gaan het gesprek aan met het COA om te bekijken in hoeverre hier, in ieder geval op de schaal van Oirschot, meer rekening mee gehouden kan worden.
Uitgangspunt is dat we vanaf 2017 80% (indicatief) van de te huisvesten vergunninghouders (taakstelling 2017 + 10% extra) in reguliere sociale huurwoningen huisvesten. Voor het andere deel kiezen we voor creatieve (tijdelijke) huisvestingsoplossingen zoals het inzetten van leegstaande panden, indien mogelijk in Kempenverband.
We huisvesten vergunninghouders zoveel mogelijk verspreid over de verschillende kernen en buurten. We proberen hiermee te voorkomen dat er een sterke concentratie van gelijke etniciteiten ontstaat. Bovendien draagt het gespreid huisvesten van vergunninghouders in onze visie bij aan de integratie van vergunninghouders in de lokale samenleving.
Resultaat burgerpanel (mei 2016)
De gemeente Oirschot is mede verantwoordelijk voor het oplossen van de landelijke achterstand in het huisvesten van vergunninghouders in gemeenten:
41% eens/ zeer mee eens
43% mee oneens/ zeer mee oneens
De gemeente Oirschot moet de komende periode bereid zijn meer vergunninghouders dan deze taakstelling te huisvesten.
22% eens/ zeer mee eens
56% mee oneens/ zeer mee oneens
70% van de respondenten is van mening dat ouder(s) met kinderen voorrang tot opvang en huisvesting moeten krijgen. Ongeveer 44% heeft geen voorkeur voor een specifieke doelgroep.
Om aan bovenstaande punten te voldoen, zetten we in op de volgende oplossingen:
Huisvesting binnen reguliere huurwoningen proberen we op een creatieve manier te realiseren door in te zetten op kamergewijze verhuur. Hierdoor kunnen we meer vergunninghouders, eventueel gecombineerd met arbeidsmigranten en jongeren8 In aansluiting op de op 24 november 2015 aangenomen raadsmotie over de tijdelijke huisvesting van vergunninghouders, starters op de woningmarkt en arbeidsmigranten. , huisvesten en beperken we de verdringing. Daarnaast kunnen we de groep alleenstaanden, die wachten op gezinshereniging, alvast tijdelijk huisvesten. Na de hereniging kunnen we hen vervolgens een woning aanbieden die past bij hun gezinssituatie. We gaan hiervoor op korte termijn het gesprek met onze maatschappelijke partners zoals woningcorporaties aan.
We kiezen naast het huisvesten van vergunninghouders in een reguliere woning ook voor tijdelijke huisvestingsoplossingen (minimaal 5 jaar9 Met deze termijn sluiten we aan bij de minimale termijn zoals gehanteerd in de subsidieregeling voor het aanpassen en herbestemmen van leegstaande panden zoals opgenomen in het Onderhandelaarsakkoord.) om aan de grotere taakstelling te kunnen voldoen en 10% extra te huisvesten. Bij deze tijdelijke huisvestingsoplossingen zoeken we zo veel mogelijk naar een combinatie met arbeidsmigranten en jongeren. We kiezen daarbij voor kleinschalige oplossingen met maximaal 50 huisvestingsplaatsen. Onze voorkeur gaat daarbij uit naar initiatieven die een koppeling maken met het tegengaan van leegstaand vastgoed waardoor dit een (tijdelijk) nieuwe economische drager wordt voor bijvoorbeeld religieus erfgoed, leegstaande complexen/ landgoederen een tijdelijke huisvesting op een braakliggend terrein. Deze 2 oplossingen worden bij voorkeur aangedragen en opgepakt vanuit particulier initiatief en/of door onze maatschappelijke partners. We zien onze rol als gemeente als faciliterend in dit proces. We nemen geen eigendom over.
Deze 2 oplossingen worden bij voorkeur aangedragen en opgepakt vanuit particulier initiatief en/of door onze maatschappelijke partners. We zien onze rol als gemeente als faciliterend in dit proces. We nemen geen eigendom over.
Resultaat burgerpanel (mei 2016)
Meer dan driekwart (78%) van de panelleden is van mening dat de huisvesting van vergunninghouders door middel van het inzetten van leegstaande panden opgelost moet worden. Ongeveer 35% kiest voor het inzetten van sociale huurwoningen, 31% kiest voor kamergewijze verhuur.
We sluiten met bovenstaande koers aan bij de uit eerder onderzoek (in: Policy Brief, “Geen tijd verliezen”) gebleken succesfactoren die bijdragen aan een adequate huisvesting en integratie van statushouders. Dit zijn het plaatsen van beperkte aantallen, kleinschalige huisvesting (geen grote wooncomplexen) en voldoende spreiding over buurten. Daarnaast is het informeren en betrekken van buurtbewoners bij de komst van vergunninghouders van belang.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3