Na de eerste fase van activering en de start van het integratieproces vanuit een opvanglocatie begint, na huisvesting in de gemeente, de daadwerkelijke integratie in de lokale samenleving. Zoals reeds aangegeven hebben we daarbij niet alleen aandacht voor de integratie van vergunninghouders in de Nederlandse samenleving, maar zetten we ook in op het vergroten van kennis en kunde van onze inwoners over deze nieuwe doelgroepen. We proberen daarmee eventuele vooroordelen over elkaar te verkleinen, proberen zorgen weg te nemen over de huisvesting van deze nieuwe doelgroepen in de buurt en proberen de interactie tussen buurtbewoners en vergunninghouders te stimuleren. Deze interactie tussen buurtbewoners en vergunninghouders zien we als een essentieel onderdeel van het integratieproces. In de nog op te stellen uitvoeringsnotitie geven we verder invulling aan dit onderdeel. We maken dan bijvoorbeeld concreet op welke manier we de buurt informeren en kennis laten maken met vergunninghouders op het moment dat zij in een bepaalde straat of wijk gehuisvest worden.
Discussieavonden 18 en 19 mei
Informeer de buurt actief als er vergunninghouders in de wijk gehuisvest worden
Nodig buurtbewoners actief uit om hun kennis te vergroten over andere culturen en gewoonten. Zorg bijvoorbeeld voor een informatieavond waar dit aan bod komt.
Zorg dat buurtbewoners weten wie gehuisvest worden en wat hun dagelijkse bezigheden zijn.
Maak gebruik van bestaande middelen zoals buurtbeheer, buurtcoördinatoren. De gemeente hoeft alleen te faciliteren. Laat het vooral via deze laagdrempelige kanelen lopen.
Richt hier geen protocollen voor in maar laat het juist over aan de buurt zelf
We streven voor wat betreft de integratie van vergunninghouders naar een snelle toeleiding naar (vrijwilligers)werk en uiteindelijk deelname aan het reguliere arbeidsproces. Integratie en participatie in de lokale samenleving zien we daarbij als een motor om dit te kunnen bereiken. We proberen daarmee tevens te voorkomen dat vergunninghouders in een negatieve vicieuze cirkel belanden en voor een lange periode in de bijstand terecht komen.
We realiseren ons dat integratie en specifiek toeleiding naar werk een lastig proces is. Recent onderzoek wijst uit dat de arbeidsmarktparticipatie van asielzoekers achterblijft ten opzichte van de autochtone bevolking. Dit heeft een aantal oorzaken.
Zo worden buitenlandse diploma’s niet erkend, zijn vergunninghouders in de eerste jaren druk bezig om aan de inburgeringseis te voldoen, zijn er taalachterstanden, is er sprake van een suboptimale ruimtelijke verdeling van asielzoekers over Nederland ten opzichte van de werkgelegenheid en kampt tot wel 80% met depressie- en angstklachten. Ook de tijdelijkheid (en dus onzekerheid) van de verblijfsvergunning is ongunstig voor de integratie (uit: Landen in Nederland). Daarnaast wordt het vinden van werk bemoeilijkt doordat werkgevers vaak werkervaring of een relevante opleiding vragen. Voor volwassenen is geen studiefinanciering beschikbaar wat omscholing bemoeilijk 13 Vanaf 2017 introduceert Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) het levenlanglerenkrediet. Met dit krediet kunnen volwassenen tot 55 jaar een wettelijk erkende opleiding in het hoger onderwijs of een beroepsopleidende leerweg in het mbo volgen. Dit krediet geeft ook vergunninghouders de mogelijkheid om zich om te scholen of bij te scholen. . In het genoemde rapport ‘Geen tijd verliezen 14 SCP, WRR en WODC, december 2015’ worden hierover een aantal aanbevelingen gedaan. Zo zou het kabinet bij het huisvesten van zogenoemde statushouders ook rekening moeten houden met hun werkervaring. Nu worden asielzoekers met een status lukraak door het land ondergebracht. Het lijkt beter lijkt om een woning te vinden in een regio waar ook werk voor die persoon beschikbaar zou kunnen zijn.
Gezien bovenstaande en op basis van onderzoek en ervaringen naar eerdere vergelijkbare vluchtelingengroepen is niet te verwachten dat een snelle toeleiding naar werk eenvoudig gerealiseerd kan worden.
Een belangrijk deel van het economisch potentieel van de vluchtelingen zal zich vermoedelijk pas in de tweede en anderhalve generatie (vluchtelingen die als kind naar Nederland zijn gekomen) manifesteren (uit: Landen in Nederland).
Bovenstaande toont aan dat veel oorzaken die (arbeids)participatie van vergunninghouders bemoeilijken niet op lokaal niveau op te lossen zijn. Participatie en integratie in de lokale samenleving vormen echter wel een belangrijke basis om, al dan niet op langere termijn, deel te nemen aan het reguliere arbeidsproces.
Voor wat betreft deze participatie, integratie en (deels) toeleiding naar werk van vergunninghouders (doelgroep 3) zien we de gemeente als regisseur. Dit betekent niet dat we ontzorgen; de vergunninghouder is zelf regievoerder. We gaan uit van eigen kracht en zelfredzaamheid, net zoals we dat doen voor elke inwoner van onze gemeente (Sociaal beleidskader, 2014). We realiseren ons echter dat deze groep inwoners in veel gevallen minder zelfredzaam is en in mindere mate een beroep kan doen op (eigen) sociale netwerken. We brengen als gemeente alle partijen bij elkaar om met elkaar te werken aan hetzelfde doel; zo snel mogelijke participatie en integratie van vergunninghouders in de lokale samenleving met als uiteindelijk doel de toeleiding naar werk.
We bekijken de komende periode hoe we een betere match kunnen bereiken tussen vraag en aanbod van lokaal (vrijwilligers)werk en asielzoekers en vergunninghouders voor wat betreft de lokale situatie. We maken hierbij zoveel mogelijk gebruik van bestaande kanalen en onze maatschappelijke partners.
De volgende partners zijn op dit moment in beeld voor wat betreft participatie, integratie en toeleiding naar (vrijwilligers)werk van doelgroep 3:
ISD: De ISD draagt zorg voor de re-integratie van vergunninghouders en toeleiding naar werk of de hoogst haalbare vorm van participatie 15 Onlangs is de RMBA vergoeding voor de maatschappelijke begeleiding van vluchtelingen verhoogd van € 1.000 naar € 2.370 per vergunninghouder van 16-65 jaar. Deze vergoeding gaat vooralsnog rechtstreeks naar de ISD. Er zijn echter meerdere partijen die extra kosten hebben door de verhoogde vluchtelingeninstroom.. Het ligt niet voor de hand dat de verhoging uitsluitend aan de ISD wordt toegekend. We bekijken dit in Kempenverband en nemen hier op korte termijn een besluit over..
Vluchtelingenwerk Oirschot (SWBO): Inzet van een professionele coördinator die samen met vrijwilligers zorg draagt voor ondersteuning en begeleiding van gehuisveste vergunninghouders. Voorbeelden hiervan zijn administratieve ondersteuning, taalcafé, formulierenspreekuur etc. De inzet is met name gericht op maatwerk (wat heeft iemand nodig).
Vrijwilligers: Inzet van vrijwilligers waaronder vrijwilligers vanuit vluchtelingenwerk, burgerinitiatieven en de inzet van buurtcoördinatoren (indien gewenst).
Sociaal netwerk: Het geheel van relaties en sociale netwerken rondom het gezin of de persoon.
We sluiten daarnaast aan bij de onlangs opgerichte taskforce ‘Meedoen’. Deze taskforce heeft als opdracht te onderzoeken op welke manier we de zelfredzaamheid en inburgering van vergunninghouders kunnen versnellen. De oprichting van de taskforce komt voort uit het Actieplan Statushouders 2016-2017.
Naast de genoemde partijen zijn voor beide doelgroepen partners in beeld waarvan de primaire taak niet direct maatschappelijke begeleiding/ integratie is, maar die hier wel direct aan bijdragen. Hierbij denken we aan onderwijs, sportverenigingen, bibliotheek, werkgevers maar natuurlijk ook de buurt of de wijk.
Discussieavonden 18 en 19 mei
“Er is op dit moment onvoldoende zicht op vraag en aanbod als het gaat om asielzoekers/ vergunninghouders en (vrijwilligers)werk. Betrek lokale werkgevers hierbij. Werkgevers weten niet wat asielzoekers/ vergunninghouders kunnen, weten niet of ze mogen werken, weten niet hoe lang ze mogen blijven etc. Neem deze drempels weg en vervul hier als gemeente (of lokale partner) een bemiddelende rol in”.
“Asielzoekers mogen werken, zelfs als ze in een opvanglocatie verblijven. Zorg dat dit bekend is bij lokale ondernemers. Dit kan een win-win situatie voor beide groepen opleveren!”
“Asielzoekers en vergunninghouders willen participeren en zetten zich over het algemeen graag in. Vrijwilligerswerk draagt bij aan integratie. Er is nu onvoldoende zicht op vraag en aanbod. Zorg voor een betere match en vervul hier als gemeente een bemiddelende rol in. Gebruik bij voorkeur bestaande middelen, bijvoorbeeld Oirschot Doet.
“Sport en bewegen draagt bij aan participatie en integratie, met name op lokaal niveau. Betrek lokale sportverenigingen!”
In deze paragraaf hebben we het belang van spoedige integratie in de lokale samenleving verwoord. In deze koersnotitie hebben we reeds een aantal punten aangegeven waarmee we aansluiten bij onze visie op integratie in plaats van opvang en het zo snel mogelijk laten integreren in onze maatschappij:
We vullen onze taakstelling bij voorkeur in met vergunninghouders die zich reeds in een opvanglocatie binnen onze gemeente bevinden 16 Op dit moment worden asielzoekers die vanuit een reguliere opvanglocatie in aanmerking komen voor reguliere huisvesting over het hele land verspreid. Oorzaak hiervan is de niet-evenredige spreiding van opvanglocaties en het aantal beschikbare woningen over Nederland. . Hierdoor hoeven asielzoekers niet opnieuw kennis te maken met de omgeving en kan de integratie binnen de lokale samenleving die deels al heeft plaatsgevonden verder voortgezet worden. Er kan hierdoor ook al direct bij binnenkomst in een opvanglocatie gestart worden met het integreren in de lokale samenleving.
Vergunninghouders; we kiezen zo mogelijk voor de opvang van vergunninghouders als het gaat om doelgroep 2. Door te kiezen voor vergunninghouders is er geen twijfel over het wel of niet (tijdelijk) in Nederland mogen verblijven en kan eerder ingezet worden op integratie.
Huisvesten van gezinnen; we kiezen zo mogelijk voor de opvang en huisvesting van gezinnen als het gaat om doelgroep 3. Doordat gezinnen uit meerdere personen van verschillende leeftijdscategorieën bestaan komen zij automatisch met meerdere leefgebieden (onderwijs, sport, werk, gezondheidszorg, etc) in aanraking. Hierdoor wordt de participatie en integratie versterkt en versneld.
We hebben voldoende aandacht voor de locatie van een eventueel opvangcentrum (doelgroep 1 en 2). Er moeten voldoende contactmogelijkheden zijn met de lokale bevolking. Onze voorkeur gaat daarom uit naar locaties die relatief dicht bij de dorpskern liggen of een goede verbinding tot de dorpskern hebben.
Samen met onze inwoners en onze professionele partners geven we onze visie op integratie de komende periode verder vorm. We gaan met hen het gesprek aan om uiteindelijk te komen tot een nog beter en sluitend netwerk (maatschappelijke begeleiding) rondom de opvang van asielzoekers en huisvesting van vergunninghouders en een optimale integratie in onze lokale samenleving. We gaan daarbij zoveel mogelijk uit van één partij of organisatie als regisseur/ coördinator. In de uitvoeringsnotitie gaan we in op de verschillende rollen en concrete uitwerking hiervan.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.2