Bij toekenning van de in artikel 2 genoemde voorzieningen, of bij toekenning van bekostiging van bouwvoorbereiding als bedoeld in artikel 3, wordt bij de wijze van vaststelling van de hoogte van de vergoeding een onderscheid gemaakt tussen vooraf genormeerde bedragen en bedragen gebaseerd op de feitelijk voorziene kosten per geval.
De genormeerde vergoedingsbedragen worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel A.
Deel A van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a.1, a.2, a.6 en a.7.
De vergoedingsbedragen die zijn gebaseerd op de feitelijke kosten worden vastgesteld met inachtneming van het bepaalde in bijlage IV, deel B van de verordening.
Deel B van bijlage IV is van toepassing op de voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onder a.3. a.4, a.5 a.8, b, c, d, e, f, artikel 3 en in sommige gevallen van huurvergoeding voor bestaande gebouwen.