Naar hoofdinhoud
1.. De langdurigheidstoeslag bedraagt: voor gehuwden: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag op jaarbasis; voor alleenstaande ouders: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm, inclusief vakantietoeslag, plus maximale toeslag (art 25, tweede lid van de wet) op jaarbasis; voor alleenstaanden: 3.2 % van de voor hen geldende bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag, plus maximale toeslag (art 25, tweede lid van de wet) op jaarbasis. 2.. De bedragen die volgen uit het vorige lid worden afgerond op hele euro’s naar boven. Artikel 6a Wijziging betekenis begrippen 1. Waar in deze verordening de begrippen “alleenstaande”,  “alleenstaande ouder” en  “gezin” worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2.  Waar in deze verordening wordt gesproken van “gehuwde(n)”  of “gehuwdennorm” hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als “gezin” als bedoeld in artikel 4, respectievelijk “gezinsnorm” als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. Artikel 6b Uitsluiting Artikel 6b Indien één van de gezinsleden op de peildatum is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel