Naar hoofdinhoud
Deze verordening kan aangehaald worden als : Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand 2009 gemeente Baarn. Vastgesteld in de openbare vergadering, 25 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in de vergadering van de raad van 29 februari 2012 griffier voorzitter ALGEMENE TOELICHTING Inleiding Op 1 januari 2012 is de ‘Wet tot wijziging van de Wet werk en bijstand en samenvoeging van die wet met de Wet investeren in jongeren gericht op bevordering van deelname aan de arbeidsmarkt en vergroting van de eigen verantwoordelijkheid van uitkeringsgerechtigden’ (kortweg: Wet Aanscherping WWB) in werking getreden. Uitgangspunten van deze wetswijziging zijn: Grotere nadruk op eigen verantwoordelijkheid burger in de voorziening in het bestaan; Versterking van het activerende karakter en de vangnetfunctie van de Wet werk en bijstand (WWB); Aanscherping van de verplichtingen voor bijstandsgerechtigden; Beperking van de doelgroep voor de categoriale bijzondere bijstand. Deze uitgangspunten leiden ertoe dat het wettelijk bijstandsregime substantieel van inhoud verandert. Zo gaat voor jongeren een wettelijke zoektijd van vier weken gelden en hebben zij, anders dan onder het regime van de Wet investeren in jongeren (WIJ), geen recht meer op een werkleeraanbod, maar op begeleiding bij de vormgeving van hun eigen verantwoordelijkheid op weg naar economische zelfstandigheid. Een belangrijke wijziging in de regelgeving betreft voorts het afschaffen van de bijstand voor inwonende meerderjarige kinderen en ouders en de invoering van een toets op het huishoudinkomen. Verder worden enkele nieuwe verplichtingen in de WWB opgenomen en wordt de doelgroep voor de categoriale bijzondere bijstand beperkt tot de groep minima met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm. Consequenties voor ons beleid Mede vanwege de intrekking van de WIJ per 1 januari 2012 hebben de genoemde ontwikkelingen aanzienlijke consequenties voor het gemeentelijk beleid. Deze consequenties kunnen als volgt worden gecategoriseerd: De WIJ-verordeningen vervallen per 1 januari 2012. Doordat de WIJ wordt ingetrokken, vervallen de daarop gebaseerde verordeningen eveneens per 1 januari 2012[1]. Jongeren vallen door de wetswijziging voortaan onder het WWB-regime (overgangssituaties daargelaten). Dit roept de vraag op of de huidige WWB-verordeningen adequaat voorzien in het regeltechnisch kader voor jongeren, of dat in die verordeningen nog aanpassingen nodig zijn. Dit is een vraag van regeltechnische maar ook van beleidsinhoudelijke aard; Door herdefiniëring van de leefvormen die als afzonderlijk bijstandssubject voor bijstand in aanmerking komen alsmede de totstandkoming van de toets op het huishoudinkomen wordt de kring van rechthebbenden kleiner, hebben meerderjarige kinderen en ouders nog slechts gezamenlijk recht op bijstand en treffen misdragingen van deze belanghebbenden het gezamenlijk inkomen. Dit heeft gevolgen voor ons toeslagenbeleid, het maatregelenbeleid en het minimabeleid en roept de vraag op welke aanpassingen aan de verordeningen noodzakelijk en/of gewenst zijn; De nieuwe verplichtingen voor bijstandsgerechtigden hebben gevolgen voor het maatregelenbeleid en het re-integratiebeleid en roepen evenzeer de vraag op welke aanpassingen aan de verordeningen noodzakelijk en/of gewenst zijn; De normering van de categoriale bijzondere bijstand tot maximaal 110% van de bijstandsnorm heeft gevolgen voor de doelgroepomschrijving in de verordening langdurigheidstoeslag. De normering kan tevens consequenties hebben voor andere delen van het minimabeleid. Gelijkstellingsbepaling In dit Raadsbesluit wordt bij elke te wijzigen verordening een bepaling voorgesteld die regelt dat de begrippen ‘alleenstaande’, ‘alleenstaande ouder’ en ‘gezin’ per 1 januari 2012 in die verordening dezelfde betekenis hebben als in de gewijzigde WWB. Uit een oogpunt van duidelijkheid is dit opgenomen. Vervolgens is bepaald dat voor ‘gehuwden’ en ‘gehuwdennorm’ moet worden gelezen ‘gezin’ respectievelijk ‘gezinsnorm’, om daarmee te verduidelijken dat onder het nieuwe regime niet meer de gehuwden maar het gezin de norm is waarmee gewerkt moet worden. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING [1] Intrekking van een regeling brengt mee dat de op die regeling gebaseerde uitvoeringsregelingen van rechtswege vervallen, tenzij voor die regelingen een nieuwe wettelijke grondslag in het leven wordt geroepen. Uitvoeringsregelingen van een ingetrokken wet behoeven dus niet uitdrukkelijk te worden ingetrokken. Artikel IV. Verordening langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente Baarn 2009. Onderdeel A De inkomensgrens voor categoriale regelingen als de langdurigheidstoeslag wordt per 1 januari 2012 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Voor gemeenten die een hogere inkomensgrens in de verordening hebben opgenomen, betekent dit dat de betreffende bepaling waarin deze grens is aangegeven, van rechtswege is vervallen (zie artikel 122 Gemeentewet[1]). Daaruit zou de conclusie getrokken kunnen worden dat er niets hoeft te worden geregeld. Er is immers reeds een wettelijke grens gesteld. Niettemin verdient het aanbeveling om toch expliciet de grens op 110% te stellen en daarom is dit opgenomen in de tijdelijke regels. Onderdeel B en C Onderdeel B behoeft geen toelichting. Onderdeel C is reeds toegelicht in het algemene deel. Onderdeel D Indien sprake is van gehuwden waarvan één persoon geen recht heeft op bijstand, wordt thans de langdurigheidstoeslag vastgesteld naar de norm voor een alleenstaande (ouder). In onderdeel D wordt geregeld dat dit ook bij de gewijzigde begripsbepalingen in de WWB zo blijft. [1] Art. 122 Gemeentewet luidt: “De bepaling van gemeentelijke verordening in wier onderwerp door een wet, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening wordt voorzien, zijn van rechtswege vervallen.” De aanpassingen van de verordeningen treden in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 zijnde de datum van inwerkingtreding van de wetswijziging. De inwerkingtreding met terugwerkende kracht levert geen probleem op omdat de aanpassingen van de verordeningen betrekking hebben op vanaf 1 januari 2012 geldende wettelijke bepalingen, betrekking hebben op begunstigende besluiten en/of er geen sprake is een nadeligere situatie ten opzichte van de oude verordeningen. Een overgangsregeling is niet nodig. In de wijzigingswet is als hoofdregel opgenomen dat sprake is van onmiddellijke werking dat wil zeggen dat per 1 januari 2012 de gewijzigde WWB van toepassing is op reeds bestaande rechtsposities en verhoudingen. Op onderdelen is daarvan afgeweken via specifiek overgangsrecht in de WWB. Voor de aanpassing van de Verordening langdurigheidstoeslag hoeft ook geen overgangsregeling getroffen te worden omdat conform artikel 36 WWB uit de aard van de regeling voort vloeit dat voor aanvragen die na 1 januari 2012 worden ingediend het ‘oude recht’ van toepassing is, voor zover de peil- en ingangsdatum voor die datum liggen.

Rechtspraak bij dit artikel