Naar hoofdinhoud
Op het persoonsgebonden budget zoals genoemd in artikel 5 en 6 van de Wet, zijn de volgende voorwaarden van toepassing: een persoonsgebonden budget wordt alleen verstrekt ten aanzien van individuele voorzieningen; de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingskosten, zoals vastgelegd in het Besluit; de wijze waarop het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld, wordt door de raad vastgelegd in het Besluit de budgethouder is over het persoonsgebondenbudget verantwoording verschuldigd aan het college. het gestelde onder sub d van dit artikel is niet van toepassing voor de budgethouder die gebruik maakt van de voorziening hulp bij het huishouden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel