De belasting wordt niet geheven voor honden:
die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;
die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond (hulphond) en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;
die in opleiding zijn tot blindengeleidehond of gehandicaptenhond (hulphond) als bedoeld onder a. en b. onder de voorwaarde dat de opleiding wordt verzorgd door erkende organisaties;
die verblijven in een hondenasiel;
die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;
die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden;
die worden gehouden door burgemeester en wethouders aangewezen personen die met toestemming van het bevoegd gezag een hond voor de politiedienst en/of voor dat doel hebben afgericht
die gehouden door douanefunctionarissen zijn of worden afgericht als douanehonden ten dienste van de douane en waarvan de houder een verklaring heeft van zijn werkgever;
die waarvan de houder geen ingezetene is van de gemeente en de hond niet langer dan 60 dagen in het belastingjaar in de gemeente verblijft.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting 2016