Naar hoofdinhoud
1.. Het college van de gemeente die wenst toe te treden of uit te treden richt, na verkregen toestemming van de raad van die gemeente, het verzoek daartoe aan het algemeen bestuur. 2.. Het algemeen bestuur zendt het verzoek als bedoeld in het eerste lid binnen 13 weken door aan de colleges van de deelnemende gemeenten, onder overlegging van zijn advies omtrent de toetreding respectievelijk uittreding en de eventueel daaraan te verbinden voorwaarden. 3.. Toetreding respectievelijk uittreding vindt plaats, indien de colleges van de deelnemende gemeenten daarmee hebben ingestemd en terzake toestemming is verkregen van de raden van de deelnemende gemeenten. 4.. Aan de toetreding respectievelijk uittreding kunnen bij de in het derde lid bedoelde besluiten voorwaarden worden verbonden. 5.. Het verzoek tot uittreding wordt uiterlijk 13 weken voor het einde van het kalenderjaar gedaan. 6.. De uittreding vindt niet eerder plaats dan op 31 december van het jaar volgend op het jaar waarin het verzoek tot uittreding is gedaan. 7.. De financiële schade, die het openbaar lichaam als gevolg van de uittreding lijdt, wordt, inclusief de hierdoor ontstane wachtgeldverplichtingen, aan de uittredende gemeente in rekening gebracht.

Rechtspraak bij dit artikel