Naar hoofdinhoud
1.. Het dagelijks bestuur biedt de rekening over het afgelopen kalenderjaar, met alle bijbehorende bescheiden, jaarlijks vóór 15 mei ter voorlopige vaststelling aan het algemeen bestuur aan, onder gelijktijdige toezending aan de besturen van de gemeenten. De rekening moet zijn vergezeld van een verslag van het onderzoek naar de betrouwbaarheid van de jaarrekening ingesteld door de overeenkomstig artikel 213 van de Gemeentewet aangewezen deskundigen en een verslag van hetgeen het dagelijks bestuur voor zijn verantwoordingstaak verder dienstig acht. 2.. Het algemeen bestuur stelt de rekening vast uiterlijk 1 juli, volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 3.. Zij wordt binnen twee weken met alle bijbehorende stukken aan Gedeputeerde Staten gezonden. 4.. Vaststelling van de rekening strekt het algemeen bestuur tot decharge behoudens later in rechte gebleken valsheid in geschrifte of andere onregelmatigheden. 5.. In de rekening wordt voor elk der gemeenten het bedrag opgenomen dat voor rekening van de desbetreffende gemeente komt, onder verrekening van vergoedingen voor diensten die de gemeente aan het openbaar lichaam heeft geleverd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel