Artikel 17 van de wet geeft een zelfstandige regeling voor het instellen van verzet tegen de tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Naast de belastingschuldige kan een ieder tegen wie de dwangvordering is gericht in verzet komen.
Verzet is mogelijk zodra de betekening van het dwangbevel heeft plaatsgevonden. Het verzet schorst de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, voor zover dit door het verzet wordt bestreden. Ook kan verzet worden gedaan tegen een vordering als bedoeld in artikel 19 van de wet.
Er kan geen verzet worden ingesteld tegen de in rekening gebrachte kosten van de aanmaning en de betekeningskosten van het dwangbevel.
In aansluiting op artikel 17 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de schorsing van de invordering bij verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel;
verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering.
17.1.Aanhouden tenuitvoerlegging bij verzet
Als de belastingschuldige zich in rechte verzet tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, houdt de ontvanger de (verdere) tenuitvoerlegging van het dwangbevel aan, tenzij:
de gronden van het verzet voor de ontvanger geen aanleiding vormen om de tenuitvoerlegging aan te houden en
de belangen van de gemeente worden geschaad door uitstel van de tenuitvoerlegging.
17.2.Verzet tegen tenuitvoerlegging van dwangbevel bij onjuiste adressering
Als het aanslagbiljet, de aanmaning of het afschrift van het per post betekende dwangbevel aan een onjuist adres is verzonden en daarom de belastingschuldige niet heeft bereikt, is verzet mogelijk.
Artikel 17
Verzet tegen tenuitvoerlegging dwangbevel
Onderdeel van Leidraad Invordering gemeentelijke belastingen