Artikel 3 van de wet geeft een afbakening van de bevoegdheden van de ontvanger.
De ontvanger treedt in alle rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak als zodanig in rechte op (artikel 3, tweede lid).
De bepalingen van deze leidraad zijn zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing op de invordering op civielrechtelijke wijze. Dat het bestuurs-orgaan ten aanzien van de invordering ook over de bevoegdheden beschikt die een schuldeiser op grond van het privaatrecht heeft is thans geregeld in artikel 4:124 Awb ).
In aansluiting op artikel 3 van de wet beschrijft dit artikel het beleid over:
de fiscale en civiele bevoegdheden van de ontvanger;
het leggen van conservatoir beslag;
het vragen van toestemming bij gerechtelijke procedures;
de Rijksadvocaat.
Faillissementsaanvraag
3.1.Fiscale en civiele bevoegdheden
De ontvanger beschikt op grond van de wet over diverse specifieke bevoegdheden om een belastingschuld in te vorderen. Daarnaast heeft hij alle bevoegdheden die op grond van enigerlei wettelijke bepaling aan een schuldeiser toekomen. Dit leidt er in veel gevallen toe dat de ontvanger zowel gebruik kan maken van zijn specifieke fiscale bevoegdheden, als van zijn algemene civielrechtelijke bevoegdheden om zijn doel te bereiken.
De ontvanger is vrij in de keuze van de invorderingsinstrumenten die hij het meest geschikt acht voor een juiste uitoefening van zijn taak. Als de ontvanger het wenselijk of noodzakelijk acht van fiscale bevoegdheden over te schakelen op civielrechtelijke bevoegdheden of andersom, dan doet hij dit alleen als het belang van de invordering opweegt tegen de belangen van de belastingschuldige en eventuele derden.
3.2.Conservatoir beslag
Om de rechten van de gemeente veilig te stellen heeft de ontvanger naast de versnelde invordering de mogelijkheid conservatoir beslag te leggen. Feiten en omstandigheden bepalen de keuze van de ontvanger.
3.2.1.Geen conservatoir beslag dan ook geen versnelde invordering
Als de voorzieningenrechter van de rechtbank geen toestemming verleent tot het leggen van conservatoir beslag omdat hij gegronde vrees voor verduistering van de goederen niet aanwezig acht, dan legt de ontvanger niet alsnog om dezelfde reden executoriaal beslag op grond van de artikelen 10 en 15 van de wet.
3.2.2.Ontbreken belastingaanslag en conservatoir beslag
Als het niet mogelijk is eerst een belastingaanslag op te leggen, vraagt de ontvanger slechts verlof om conservatoir beslag te leggen aan de voorzieningenrechter als de belasting in redelijkheid materieel verschuldigd geacht mag worden. Het opleggen van de belastingaanslag wordt beschouwd als het instellen van een eis in de hoofdzaak als bedoeld in artikel 700, derde lid Rv.
3.3.Gerechtelijke procedures – toestemming
3.3.1 Juridische bijstand
Op grond van artikel 3, derde lid, van de wet treedt de ontvanger zelfstandig in rechte op in rechtsgedingen die voortvloeien uit de uitoefening van zijn taak. Hij voorziet zich daarbij in alle gevallen van procesvertegenwoordiging, met uitzondering van:
beroepsprocedures op grond van artikel 26 AWR;
hoger beroepsprocedures op grond van artikel 27h AWR;
(hoger) beroepsprocedures op grond van artikel 7 Kostenwet invordering rijksbelastingen;
kantonzaken;
kort gedingprocedures, indien de ontvanger gedaagde is.
3.3.2 Toestemming
In gerechtelijke procedures voor de burgerlijke rechter waarin de ontvanger als eiser optreedt, moet hij toestemming hebben van het college. Het voorgaande geldt niet voor:
verklaringsprocedures in het kader van derdenbeslagen;
kantonzaken;
verzoekschriftprocedures;
procedures die worden ingesteld naar aanleiding van een verzet ex artikel 435, derde lid, Rv dan wel artikel 708, tweede lid, Rv.
In afwijking van de vorige volzin geldt voor in hoger beroep te voeren zaken dat altijd toestemming van het college nodig is.
3.4.Rijksadvocaat
Deze bepaling is niet van toepassing voor de gemeente.
3.5.Faillissementsaanvraag
vervallen