Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 3

Artikel 7.3.1

Regels voor bijdrage in de kosten van een algemene voorziening

Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018

Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde onafhankelijke cliëntondersteuning, kan de cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn. De raad bepaalt de hoogte van deze eigen bijdrage, die kan worden vastgelegd in door het college te nemen subsidie-besluiten aan de betrokken uitvoerende organisaties op grond van de subsidieverordening. Artikel 7.3.2 Regels voor bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en pgb Overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is, met uitzondering van de rolstoel en maat-werkvoorzieningen woningaanpassingen voor jeugdigen tot 18 jaar, cliënt voor het gebruik van een maatwerkvoorziening en pgb een bijdrage in de kosten verschuldigd. De omvang van de verschuldigde bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen en pgb worden vastgesteld op de maximale bijdrage binnen de kaders van artikel 3.1 en artikel 3.10 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De omvang van de verschuldigde bijdrage in de kosten voor opvang wordt binnen de kaders van artikel 3.10 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgesteld. Het Centraal Administratie Kantoor stelt de bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen en pgb, vast en int deze. Het college stelt de bijdrage in de kosten voor opvang vast en int deze. De eigen bijdrage is nooit meer dan de maximale kostprijs van de voorziening. Voor de maatwerkvoorziening individuele begeleiding en dagbesteding wordt de eigen bijdrage berekend op de kostprijs per uur tot een maximum van de kostprijs voor huishoudelijke hulp. Voor de maatwerkvoorziening kortdurend verblijf is de eigen bijdrage de kostprijs tot een maximum van de kostprijs per uur van huishoudelijke hulp. Bij bepaalde vormen van bemoeizorg voor maatschappelijke zorgdoelgroepen is de cliënt geen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening verschuldigd. Het gaat om de doelgroepen, bij wie zorgmijding leidt tot maatschappelijke uitval, of deze in stand houdt. Dit artikel is van toepassing op de volgende vormen van bemoeizorg: Bemoeizorg met vermoeden van verslavingsproblematiek of GGZ problematiek Consultatie & Advies vraag vanuit de uitvoeringsdienst t.b.v. verslavingsproblematiek of GGZ problematiek Advies bij Methadonverstrekking Begeleiding naasten waaronder mantelzorgers t.b.v. omgang verslavingsproblematiek Administratieve ondersteuning bij aanhoudende verslavingsproblematiek Begeleidingstraject daklozenopvang Ambulant begeleidingstraject vrouwenopvang Cliënten tot en met 23 jaar zijn geen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening verschuldigd. Daarmee worden deze cliënten gelijk behandeld met hun leeftijdsgenoten die onder de verlengde jeugdzorg vanuit de Jeugdwet vallen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel