Het college kan –tenzij anders aangegeven- jaarlijks per 1 januari de bedragen, opgenomen in deze of op deze verordening berustende nadere regels, verhogen of verlagen conform de ontwikkelingen van de prijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek en de NEA-index.
Artikel 8.2.4 Monitoring
Het college verzamelt, ter bevordering van de kwaliteit en de continuïteit van voorzieningen, systematisch informatie over:
de ervaringen van cliënten bij de toegekende voorzieningen;
de mate waarop de toegekende voorzieningen bijdragen aan de (sociale/economische) zelfredzaamheid en participatie van cliënten;
in hoeverre de resultaten uit de beschikkingen daadwerkelijk worden bereikt.
Artikel 8.2.5 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
Met ingang van de inwerkingtreding van de Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018 worden de verordeningen: Verordening Jeugdhulp 2015, Verordening Inkomensvoorziening en Participatie 2015, Verordening Leerlingenvervoer 2014, Verordening Wmo 2015 en de Verordening Sociaal Domein 2015 ingetrokken.
Een besluit, genomen op grond van genoemde verordeningen blijft na inwerkintreding van de Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018, voor de duur van dat besluit van kracht totdat het college een nieuw besluit heeft genomen.
Aanvragen die zijn ingediend onder bovengenoemde verordeningen en waarop nog niet is beslist bij het inwerkingtreden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens de verordening sociaal domein Huizen 2018.
Op bezwaarschriften en (hoger-)beroepschriften tegen een besluit op grond van genoemde verordening wordt beslist met inachtneming van de verordening die daarop van toepassing is.
Artikel 8.2.6 Inwerkingtrededing en citeertitel
Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2018.
Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018”.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 22 maart 2018
de griffier, de voorzitter,
Bijlage 1: Gebruikelijke zorg jeugd
Gebruikelijke zorg omvat de normale, dagelijkse zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden. Ouders behoren hun minderjarige kinderen (tot 18 jaar) te verzorgen, op te voeden en toezicht te bieden, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking.
Er kan sprake zijn van noodzakelijke zorg op het gebied van verzorging, verpleging en begeleiding die uitgaat boven de zorg die redelijkerwijs kan worden verwacht bij een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen.
Bij de beoordeling van de zorgzwaarte wordt uitgegaan van een vijftal criteria:
De leeftijd van het kind. Jongere kinderen hebben meer zorg nodig dan oudere kinderen. Gaandeweg de jaren nemen de vaardigheden en zelfstandigheid toe, en daarmee de zorgtaken af.
De aard van de zorghandeling. Niet alle zorghandelingen komen standaard voor bij alle kinderen.
De frequentie. Niet alle zorghandelingen komen structureel voor in het patroon van zorgtaken. 4. De tijd die men besteedt aan de zorghandeling. Zorghandelingen kunnen bij bijzondere omstandigheden meer tijd vergen.
Een samenhangende beoordeling waarbij de bovenstaande criteria als geheel worden beschouwd in het licht van de specifieke leef- en opgroeiomstandigheden van het kind.
Daarnaast wordt het onderstaande schema als uitgangspunt genomen. Het omvat in grote lijnen de normale ontwikkeling van kinderen zonder beperking in verschillende levensfasen.
Normale ontwikkeling kinderen uitgesplitst in levensfasen
Kinderen van 0 tot 3 jaar
•hebben bij alle activiteiten verzorging van een ouder nodig;
•ouderlijk toezicht is zeer nabij nodig;
•zijn in toenemende mate zelfstandig in bewegen en verplaatsen;
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 3 tot 5 jaar
•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan binnenshuis korte tijd op gehoorafstand (bijv. ouder kan was ophangen in andere kamer);
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
•kunnen zelf zitten, en op gelijkvloerse plaatsen zelf staan en lopen;
•hebben hulp, toezicht, stimulans en controle nodig bij aan- en uitkleden, eten en wassen, in- en uit bed komen, dag- en nachtritme en dagindeling bepalen;
•hebben begeleiding nodig bij hun spel en vrijetijdsbesteding;
•zijn niet in staat zich zonder begeleiding in het verkeer te begeven;
•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 5 tot 12 jaar
•kinderen vanaf 5 jaar hebben een reguliere dagbesteding op school, oplopend van 22 tot 25 uur/week;
•kunnen niet zonder toezicht van volwassenen. Dit toezicht kan op enige afstand (bijv. kind kan buitenspelen in directe omgeving van de woning als ouder thuis is);
•hebben toezicht, stimulans en controle nodig en vanaf 6 jaar tot 12 jaar geleidelijk aan steeds minder hulp nodig bij hun persoonlijke verzorging zoals het zich wassen en tanden poetsen;
•hebben hulp nodig bij het gebruik van medicatie;
•zijn overdag zindelijk, en ‘s nachts merendeels ook; ontvangen zonodig zindelijkheidstraining van de ouders/verzorgers;
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij hun psychomotorische ontwikkeling;
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
•hebben begeleiding van een volwassene nodig in het verkeer wanneer zij van en naar school, activiteiten ter vervanging van school of vrije tijdsbesteding gaan;
•hebben een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Kinderen van 12 tot 18 jaar
•hebben geen voortdurend toezicht nodig van volwassenen;
•kunnen vanaf 12 jaar enkele uren alleen gelaten worden;
•kunnen vanaf 16 jaar een dag en/of een nacht alleen gelaten worden;
•kunnen vanaf 18 jaar zelfstandig wonen;
•hebben bij hun persoonlijke verzorging geen hulp en maar weinig toezicht nodig;
•hebben bij gebruik van medicatie tot hun 18e jaar toezicht, stimulans en controle nodig;
•hebben tot 18 jaar een reguliere dagbesteding op school/opleiding;
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij ontplooiing en ontwikkeling (bv. huiswerk of het zelfstandig gaan wonen);
•hebben begeleiding en stimulans nodig bij de ontwikkeling naar zelfstandigheid en zelfredzaamheid;
•hebben tot 17 jaar een beschermende woonomgeving nodig waarin de fysieke en sociale veiligheid is gewaarborgd en een passend pedagogisch klimaat wordt geboden.
Bron: Factsheet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport “Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag. Gebruikelijke zorg.”
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 2
Artikel 8.2.3
Indexering
Onderdeel van Verordening sociaal domein gemeente Huizen 2018