Voor het gebruik van een algemene voorziening, niet zijnde onafhankelijke cliëntondersteuning, kan de cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn. De raad bepaalt de hoogte van deze eigen bijdrage, die kan worden vastgelegd in door het college te nemen subsidie-besluiten aan de betrokken uitvoerende organisaties op grond van de subsidieverordening.
Artikel 7.3.2 Regels voor bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening en pgb
Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten van een maat-werkvoorzienig of pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruikt maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste €19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a vijfde lid van de Wmo 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Voor de maatwerkvoorziening Beschermd wonen geldt de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De omvang van de verschuldigde bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen en pgb worden vastgesteld op de maximale bijdrage binnen de kaders van artikel 3.1 en artikel 3.10 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De omvang van de verschuldigde bijdrage in de kosten voor opvang wordt binnen de kaders van artikel 3.10 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 vastgesteld.
Het Centraal Administratie Kantoor stelt de bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen en pgb, vast en int deze.
Het college stelt de bijdrage in de kosten voor opvang vast en int deze.
De eigen bijdrage is nooit meer dan de maximale kostprijs van de voorziening.
[vervallen]
Bij bepaalde vormen van bemoeizorg voor maatschappelijke zorgdoelgroepen is de cliënt geen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening verschuldigd. Het gaat om de doelgroepen, bij
wie zorgmijding leidt tot maatschappelijke uitval, of deze in stand houdt. Dit artikel is van toepassing op de volgende vormen van bemoeizorg:
Bemoeizorg met vermoeden van verslavingsproblematiek of GGZ problematiek
Consultatie & Advies vraag vanuit de uitvoeringsdienst t.b.v. verslavingsproblematiek of GGZ problematiek
Advies bij Methadonverstrekking
Begeleiding naasten waaronder mantelzorgers t.b.v. omgang verslavingsproblematiek
Administratieve ondersteuning bij aanhoudende verslavingsproblematiek
Begeleidingstraject daklozenopvang
Ambulant begeleidingstraject vrouwenopvang
Cliënten tot 23 jaar zijn geen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening verschuldigd. Daarmee worden deze cliënten gelijk behandeld met hun leeftijdgenoten, die onder de verlengde jeugdzorg vanuit de Jeugdwet vallen. Een uitzondering is de maatwerkvoorziening Beschermd wonen. Hiervoor is wel een eigen bijdrage verschuldigd als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 van het Uitvoeringsbesluit WMO 2015.
Hoofdstuk 7 › Paragraaf 3
Artikel 7.3.1