Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Schriftelijke waarschuwing in plaats van bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels inlichtingenplicht en bestuurlijke boete Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemert-Bakel 2018

1.. Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete en volstaat met het geven van een schriftelijke waarschuwing indien aan de volgende voorwaarden is voldaan: de schending van de inlichtingenplicht niet heeft geleid tot een benadelingsbedrag of het benadelingsbedrag niet hoger is dan € 150,- of de belanghebbende wel inlichtingen heeft verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog binnen een redelijke termijn van 60 dagen, gerekend vanaf het ontstaan van de wijziging, de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd, tenzij de belanghebbende deze inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting en in de afgelopen 24 maanden is aan belanghebbende geen waarschuwing of boete opgelegd in verband met schending van de inlichtingenplicht. 2.. Indien niet volstaan wordt met het geven van een schriftelijke waarschuwing, wordt als uitgangspunt een bestuurlijke boete van € 150 vastgesteld, tenzij een afwijkend bedrag noodzakelijk is voor de vaststelling van een evenredige boete. 3.. Schending van de inlichtingenplicht binnen het aanvraagproces om uitkering wordt niet bestraft met een schriftelijke waarschuwing of bestuurlijke boete indien de aanvraag wordt ingetrokken, buiten behandeling wordt gesteld of wordt afgewezen.

Rechtspraak bij dit artikel