Naar hoofdinhoud
-. Voor de aanvraag wordt gebruik gemaakt van het daartoe door het college vastgestelde formulier. -. Voor het toetsen of een peuter in aanmerking komt voor een gesubsidieerde peuter/kindplaats dient de houder jaarlijks vast te stellen of ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag. Dit doet de houder aan de hand van de ondertekende (Verklaring geen recht op kinderopvangtoeslag), in combinatie met een Inkomensverklaring van (bei)de ouder(s). Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt dat ouders in aanmerking komen voor de Kinderopvangtoeslag, dan vervalt het recht op de gesubsidieerde peuter/kindplaats nadat het recht op Kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders zijn verplicht per omgaande te melden aan de houder dat zij in aanmerking komen voor Kinderopvangtoeslag. De houder meldt dit aan de Gemeente. Teveel ontvangen subsidie vordert de Gemeente terug. Ouder(s) van peuters die tussen 1 januari en 30 juni geplaatst worden overleggen de laatst beschikbare Inkomensverklaring (2 jaar oud) aan de houder; Ouders die tussen 1 juli en 31 december geplaatst zijn, die van het voorgaande jaar. Als het verwachte verzamelinkomen wijzigt ten opzichte van het verzamelinkomen dat is aangegeven op de Inkomensverklaring(en) dient deze verklaring aangevuld te worden met documenten waaruit de hoogte van het verwachte verzamelinkomen blijkt. Dit kunnen zijn: salarisstrook, uitkeringsspecificatie, werkgeversverklaring, verklaring van schuldsanering etc. Uit de documenten dient te blijken dat de inkomenswijziging structureel is, en in ieder geval geldt voor de maand voorafgaand aan plaatsing op een peuter/kindplaats. Als ondernemende ouders (inclusief Zzp-ers) niet de meest recente aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald kunnen worden. Als er geen sprake is van een startende onderneming, kan de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie, waarbij het recht op herziening is voorbehouden. Als ouders geen Verklaring recht op kinderopvangtoeslag (aan te vragen bij de belastingdienst) willen overleggen, dan kan de peuter niet meer in aanmerking komen voor een gesubsidieerde peuter/kindplaats. Als de (VVE) ouder geen inzicht wenst te verschaffen in de hoogte van het inkomen, via een Inkomensverklaring of overige documenten waarmee de hoogte van het inkomen kan worden bepaald, kan een kind wel geplaatst worden en ontvangt houder subsidie voor deze peuter/kindplaats. De ouder valt dan echter automatisch in de hoogste inkomenscategorie. De houder toetst bij de ouders of de peuter niet al bij een andere kinderopvangorganisatie een gesubsidieerde peuter/kindplaats, hetzij regulier hetzij VVE, bezet. Is dat wel het geval, dan is een tweede gesubsidieerde kindplaats  voor de betreffende peuter niet mogelijk. Wanneer een verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere inkomenscategorie van de Adviestabel Ouderbijdrage vallen, kan bij de houder een aanvraag tot herziening van de Ouderbijdrage worden gedaan op basis van de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of op basis van de meest recente inkomensverklaring. Als er sprake is van inkomenswijziging door werkeloosheid, kunnen kinderopvang gerechtigden nog gedurende een half jaar aanspraak maken op de Kinderopvangtoeslag, na deze termijn komen zij in aanmerking voor de subsidieregeling peuteropvang.

Rechtspraak bij dit artikel