Het college verdeelt de subsidie voor peuteropvang als volgt:
Het college hanteert als subsidieplafond het door de raad bij de jaarbegroting vastgestelde budget voor peuteropvang.
VVE peuterplaatsen worden bekostigd vanuit het onderwijsachterstandenbeleid budget. Als dit budget wordt overschreden, wordt het budget voor peuteropvang met voorrang beschikbaar gesteld voor het subsidiëren van de peuterplaatsen VVE.
Als het totaal van de aangevraagde subsidie voor reguliere peuteropvang het plafond overschrijdt, wordt voorrang gegeven aan al geplaatste reguliere peuters. Hiervoor wordt uitgegaan van de geplaatste reguliere peuters van niet-toeslagouders op 1 september in het jaar van uitvoering.
Als het subsidieplafond voor peuteropvang wordt overschreden informeert het college de raad hierover en kan het college de raad verzoeken om extra budget beschikbaar te stellen.