Alle burgers, volwassenen en kinderen, ouderen en jongeren, hebben het recht in veiligheid te leven en op te groeien. Als dit grondrecht wordt geschonden, uitgerekend op de plek waar je het meest veilig moet zijn en waar je het meest kwetsbaar bent, namelijk in de huiselijke omgeving, dan hebben we te maken met een buitengewoon ernstig fenomeen.
Een goede aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling heeft als doel het structureel borgen van veiligheid. Dit vraagt om het organiseren van een doorlopende lijn van preventie en vroeg-signalering, melden, interventie, herstel, tot en met nazorg en participatie.
De zes regio’s hebben een aantal gezamenlijke uitgangspunten geformuleerd die leidend zijn bij de ontwikkeling in het sociaal domein en de decentralisaties. Onder meer: lokaal waar het lokaal kan, bovenregionaal waar het moet, veiligheid voorop, we gaan uit van de eigen kracht van mensen, ‘één huishouden, één plan, één regisseur’ en meer aandacht voor vroeg-signalering en hulp dichtbij. Daar waar mogelijk willen we met meer preventieve inzet escalatie en dwang- en drangmaatregelen voorkomen.
Sinds 2015 zijn gemeenten in het kader van de decentralisatie naast taken voor huiselijk geweld onder volwassenen, onder andere ook verantwoordelijk geworden voor de uitvoering van (preventieve) jeugdbescherming en jeugdreclassering. Volgens de Jeugdwet mogen deze taken alleen worden uitgevoerd door daartoe gecertificeerde instellingen. Gemeenten zijn daarnaast ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken van Veilig Thuis: het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling (AMHK). Dit is vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).
De transitie in het Sociaal Domein is door de deelnemende regio’s gezamenlijk voorbereid met de destijds uitvoerende partijen: Bureau Jeugdzorg Utrecht en de twee Steunpunten huiselijk geweld voor de regio’s Amersfoort en Utrecht. Vanuit het principe ‘één huishouden, één plan’, is er bewust voor gekozen om de taken voor Veilig Thuis, (preventieve) Jeugdbescherming en Jeugdreclassering te bundelen. Met de wens om deze bundeling van taken te behouden heeft de onderhavige subsidietender betrekking op de uitvoering van de wettelijke taken in navolgende opsomming.
Veilig Thuis, te weten het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling, bedoeld in artikel 4.1.1., van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 1.1 van de Jeugdwet;
Jeugdbescherming als bedoeld in de definitie van gecertificeerde instelling in artikel 1.1. van de Jeugdwet, en preventieve jeugdbescherming;
Jeugdreclassering als bedoeld in de definitie van gecertificeerde instelling in artikel 1.1. van de Jeugdwet; en
Aanverwante dienstverlening, zoals crisiscoördinatie jeugd.
Daarnaast heeft de onderhavige subsidietender betrekking op een aantal aanvullende (niet-wettelijke) taken zoals benoemd in §1.5.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.4