Als de inschrijving voldoet aan de voorschriften, wordt beoordeeld of op de inschrijver geen uitsluitingsgronden van toepassing zijn. Uitsluitingsgronden zien op omstandigheden die de inschrijver betreffen en diens uitsluiting van deelneming aan deze procedure rechtvaardigen. Indien één van de uitsluitingsgronden van toepassing is, zal inschrijver worden uitgesloten van deelname.
Inschrijver dient de algemene gegevens over de eigen onderneming te verstrekken door het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA, zie Invulbijlage B) in te vullen. Door middel van een rechtsgeldige ondertekening van de UEA, geeft inschrijver te kennen dat de uitsluitingsgronden voor deze subsidietender niet op inschrijver van toepassing zijn.
De UEA wordt als pdf-bestand verstrekt door de subsidieverlener en daarop kunnen op digitale wijze gegevens worden ingevuld. De subsidieverlener heeft op bijgevoegde UEA reeds enkele onderdelen ingevuld en toepasselijke onderdelen aangekruist: die gegevens mogen nadrukkelijk niet worden verwijderd of gewijzigd. De inschrijver dient de UEA op de computer verder in te vullen.
Voor deze subsidietender zijn de volgende uitsluitingsgronden van toepassing, die zijn aangekruist in de volgende delen van de UEA:
Deel IIIA (Gronden die verband houden met strafrechtelijke veroordelingen);
Deel IIIB (Gronden die verband houden met de betalingen van belastingen of sociale premies);
Deel IIIC (Gronden met betrekking tot insolventie, belangenconflicten of beroepsfouten).
Subsidieverlener behoudt zich het recht voor om, voorafgaand aan een definitieve gunning, het verklaarde op juistheid te toetsen. Inschrijver dient op verzoek de volgende bewijsstukken te overleggen:
Deel IIIA: een Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA). Dit mag ten tijde van de sluitingsdatum van de inschrijving niet ouder zijn dan twee jaar 3 Artikel 2.89 lid 2, van de Algemene wet bestuursrecht, bepaalt dat een inschrijver door middel van een Gedragsverklaring Aanbesteden (GVA), die op het tijdstip van het indienen van de Aanmelding of inschrijving niet ouder is dan twee jaar, kan aantonen dat bepaalde uitsluitingsgronden op hem niet van toepassing zijn. ;
Deel IIIB: een verklaring van de belastingdienst. Dit mag ten tijde van de sluitingsdatum van de inschrijving niet ouder zijn dan zes maanden;
Deel IIIC: een uittreksel uit het handelsregister. Dit mag ten tijde van de sluitingsdatum van de inschrijving niet ouder zijn dan zes maanden of een GVA, afhankelijk van de uitsluitingsgrond.
Indien de inschrijver onderliggende bewijsstukken moet indienen, dan aanvaardt subsidieverlener ook gegevens en bescheiden uit een andere Europese lidstaat die een gelijkwaardig doel dienen of waaruit blijkt dat de uitsluitingsgrond niet op hem van toepassing is.
Wanneer de subsidieverlener een onderliggend bewijsstuk verlangt, dient dit binnen 20 kalenderdagen na het verzoek om toezending door de subsidieverlener in zijn bezit te zijn. Indien de inhoud van deze bewijsstukken niet overeenkomt met wat in deze verklaring wordt gesteld, wordt inschrijver uitgesloten van de procedure.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.2