Naar hoofdinhoud
3.2.1 Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2014 In de structuurvisie RO benoemt de provincie haar provinciale ruimtelijke belangen en de wijze waarop zij deze behartigt. De structuurvisie is opgebouwd uit een ‘Deel A Visie en sturing’, waarin de ruimtelijke visie, de belangen en de sturingsfilosofie is opgenomen. De ruimtelijke visie is uitgewerkt in dertien provinciale ruimtelijke belangen: Regionale contrasten; Een multifunctioneel landelijk gebied; Een robuust en veerkrachtig water- en natuursysteem; Een betere waterveiligheid door preventie; Koppeling van waterberging en droogtebestrijding; Ruimte voor duurzame energie; Concentratie van verstedelijking; Sterk stedelijk netwerk: BrabantStad; Groene geledingszones tussen steden; Goed bereikbare recreatieve voorzieningen; Economische kennisclusters; (inter)nationale bereikbaarheid; Beleefbaarheid stad en land vanaf de hoofdinfrastructuur. De wijze waarop de provincie deze ruimtelijke belangen behartigd is uitgewerkt in vier manieren van sturen: regionaal samenwerken, ontwikkelen, beschermen en stimuleren. In ‘Deel B Structuren en beleid’ staat op welke wijze de provincie stuurt op de functies in Noord-Brabant. Daarvoor zijn vier ruimtelijke structuren opgesteld: de groenblauwe structuur, het landelijk gebied, de stedelijke structuur en de infrastructuur. Het plangebied is aangeduid als “kern(en) in het landelijk gebied” en ligt voor een klein deel in “gemengd landelijk gebied”. Kernen in het landelijk gebied In de kernen in het landelijk gebied met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking wordt de lokale behoefte voor verstedelijking opgevangen (wonen, werken en voorzieningen). De provincie vraagt gemeenten om in regionaal verband afspraken te maken over de verdeling van het programma voor wonen, werken en voorzieningen. Het stedelijk gebied 'aan de randen' van de provincie, krijgt te maken met een afnemende groei van de woningbehoefte en op termijn zelfs (een beperkte mate van) krimp. Deze afnemende woningbehoefte biedt kansen voor verbetering van de kwaliteit, door gerichte ingrepen als verdunning en vergroening. Het is daarbij wel belangrijk om concurrentie tussen gemeenten en regio's, overproductie en leegstand te voorkomen. Het belang van regionale afspraken neemt daardoor toe. Gemengd landelijk gebied Binnen het gemengd landelijk gebied is multifunctioneel gebruik uitgangspunt. Uitzondering hierop zijn de primair agrarische gebieden, die door de gemeente zijn vastgelegd. Binnen die gebieden, waartoe in ieder geval de landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij en de vestigingsgebieden glastuinbouw behoren, worden (stedelijke) functies die de ruimte voor agrarische ontwikkeling beperken of functies die strijdig zijn met de landbouwfunctie geweerd. Ladder voor duurzame verstedelijking Om het aansnijden van nieuwe ruimte in directe samenhang te bezien met de mogelijkheden voor inbreiden en herstructurering, heeft het Rijk de 'ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. De provincie gebruikt deze ladder voor haar afweging rondom zorgvuldig ruimtegebruik. Dit geldt zowel op strategisch niveau (programmering en locatieafweging) als op operationeel niveau, zoals bij ruimtelijke besluiten en uitgifte. Voor die gevallen waar het hanteren van de ladder leidt tot de keuze voor uitbreiding van verstedelijkingsruimte zijn in de Verordening ruimte zoekgebieden voor verstedelijking aangegeven. Doorwerking plangebied Met deze beheersverordening worden geen nieuwe ontwikkelmogelijkheden geboden meer dan nu in de van toepassing verklaarde bestemmingsplannen mogelijk wordt gemaakt. De huidige situatie en de bestaande rechten worden bestendigd. Daarom is het doorlopen van de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. Verder conflicteert het plan niet met de genoemde 13 provinciale belangen. 3.2.2 Verordening ruimte Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 7 februari 2014 de Verordening ruimte vastgesteld, en de Verordening Ruimte is per 19 maart 2014 in werking getreden. In de verordening staan onderwerpen uit de provinciale structuurvisie, waarbij is aangegeven welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. Deze verordening bestaat uit kaartmateriaal en regels waarmee gemeenten rekening moeten houden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. De verordening bevat regels voor: stedelijke ontwikkeling; cultuurhistorie; agrarische ontwikkeling en windturbines; water; natuur en landschap. De verordening wijst het gebied waarin het plangebied zich bevindt aan als ‘Bestaand stedelijk gebied, kernen in het landelijk gebied’. Bestaand Stedelijk gebied, kernen in het landelijk gebied Artikel 4.2 van de verordening bepaalt dat stedelijke ontwikkelingen uitsluitend mogelijk zijn binnen bestaand stedelijk gebied. Artikel 4.3 heeft betrekking op de nieuwbouw van woningen: De toelichting bij een bestemmingsplan gelegen in bestaand stedelijk gebied dat voorziet in nieuwbouw van woningen bevat een verantwoording over de wijze waarop: de afspraken die daarover zijn gemaakt in het regionaal ruimtelijk overleg, worden nagekomen; de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de afspraken bedoeld onder a, en tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. Onder harde plancapaciteit voor woningbouw als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt verstaan de capaciteit voor nieuw te bouwen woningen waarover een gemeente beschikt, die: wordt uitgedrukt in aantallen woningen; is opgenomen in een vastgesteld bestemmingsplan waarvan de bestemming nog niet is verwezenlijkt. Artikel 7.1 heeft betrekking op het gemengd landelijk gebied. Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar: a. een gemengde plattelandseconomie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen; een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een verantwoording waaruit blijkt dat: het aanwijzen van bestemmingen, als bedoeld in het eerste lid, een uitwerking is van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en tevens bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld in artikel 3.1; het aanwijzen van bestemmingen in het gebied als bedoeld in het eerste lid, onder b geen afbreuk doet aan de ontwikkeling van de agrarische economie. Reservering waterberging Op een klein deel van de gronden is de aanduiding 'Reservering waterberging' uit de provinciale verordening gelegen ten behoeve van het behoud van het waterbergend vermogen van dat gebied. Op basis van artikel 14.1 van de Verordening moet de toelichting bij een bestemmingsplan een verantwoording bevatten over de wijze waarop de geschiktheid van het gebied voor waterberging behouden blijft indien dat bestemmingsplan voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling. In deze beheersverordening wordt niet voorzien in ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor het waterbergend vermogen niet aangetast wordt. Boringsvrije zone Op een deel van de gronden is de aanduiding ‘Boringsvrije zone’ uit de provinciale verordening gelegen ten behoeve van het behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Op grond van artikel 17.1 van de Verordening geldt in de boringsvrije zone de minst strikte vorm van bescherming, namelijk behoud van de beschermende kleilaag in de bodem. Hieraan kan bijvoorbeeld invulling gegeven worden door middel van een aanlegvergunningenstelsel voor activiteiten in de bodem die de beschermende kleilaag kunnen doorboren. Over het algemeen is het echter niet noodzakelijk om inhoudelijke bescherming via het ruimtelijk spoor op te nemen aangezien in de PMV al is voorzien in een systeem van melding van dergelijke activiteiten. In deze beheersverordening wordt niet voorzien in ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor de beschermende kleilaag in voldoende mate beschermd wordt door de PMV. Doorwerking plangebied Met deze beheersverordening worden geen nieuwe ontwikkelingen toegestaan anders dan in de van toepassing verklaarde bestemmingsplannen bepaald en de in afwijking hiervan bij projectbesluit toegelaten ontwikkelingen. De huidige situatie en de bestaande rechten worden bestendigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel