Naar hoofdinhoud
4.4.1 Toetsingskader Voor veehouderijen is de regelgeving ten aanzien van het specifieke aspect geur vastgelegd in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Bij nieuwe planologische projecten in het kader van de Wet ruimtelijke ordening dient te worden gekeken naar de aanvaardbaarheid van deze plannen in verband met omliggende geurbronnen, de zogenaamde omgekeerde werking. In de Wgv zijn voor verschillende dieren geuremissienormen opgenomen die de maximale geurbelasting op een gevoelig object bepalen. Als de geuremissie van een dier niet bekend is, stelt de wet minimumafstanden tussen een veehouderij en een geurgevoelig object. Als die geuremissie wel bekend is, dan moet de geurbelasting worden berekend. De emissie van geurstoffen uit een veehouderijbedrijf wordt uitgedrukt in geureenheden. De berekende geurbelasting wordt getoetst aan de norm (de maximale belasting die het bedrijf mag veroorzaken). Gemeenten mogen, binnen bepaalde bandbreedten, van deze wettelijke normen afwijken als er een gebiedsvisie is opgesteld en een geurverordening is vastgesteld. De gemeente Oirschot beschikt over geurbeleid en een bijbehorende geurverordening, die als toetsingskader fungeren voor ruimtelijke ontwikkelingen. 4.4.2 Doorwerking plangebied Deze beheersverordening maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De bestaande rechten worden gerespecteerd. Als gevolg hiervan is er geen effect op de geursituatie te verwachten.

Rechtspraak bij dit artikel