Deze nadere regels verstaan onder:
grafbedekking: gedenkteken en grafbeplanting op een graf, gedenkplaats, herdenkingszuil of herinneringsmonument.
gedenkteken: steen, zerk, sierurn, in de grond verankerd naamplaatje, gedenkplaatje, herinneringsplaatje, letterplaat of ander monument, daaronder begrepen kettingen en hekwerken.
grafbeplanting: winterharde beplanting.
losse voorwerpen zoals vazen en potten, niet verankerd aan het gedenkteken.
grondplaat, afdekplaat of sierplaat: liggend onderdeel van de grafbedekking
tijdelijke grafaanduiding: naamsaanduiding in afwachting van het aanbrengen van een definitief gedenkteken.
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Nadere regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen