Naar hoofdinhoud

Artikel 5.

Grafbedekking aanbrengen, verwijderen en herplaatsen

Onderdeel van Nadere regels voor grafbedekkingen op de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Een gedenkteken zoals bedoeld in de artikelen 4.9 (met uitzondering van 4.9 i) en 4.10 mag niet binnen een termijn van zes maanden na een bijzetting worden geplaatst. 2.. Een gedenkteken inclusief belettering zoals bedoeld in artikel 4.9 i dient aanwezig te zijn tijdens het moment van bijzetting van de urn(en). 3.. De grafbedekking met uitzondering van een gedenkteken zoals bedoeld in artikel 4.9. i dient voor de bijzetting zo spoedig mogelijk na het overlijden doch uiterlijk 48 uur vóór de bijzetting zodanig van het graf te worden verwijderd, dat het graf kan worden gedolven. De grafbedekking dient van de begraafplaats te worden afgevoerd of tijdelijk te worden opgeslagen op aanwijzing van de beheerder. 4.. Opdracht tot het plaatsen van een gedenkteken of tot het verwijderen van een gedenkteken voor een bijzetting moet, in geval sprake is van een eigen graf, worden gegeven door de rechthebbende. Wanneer een verwijderd gedenkteken zich op de begraafplaats bevindt en niet binnen zes maanden na de bijzetting wordt herplaatst is het college van burgemeester en wethouders gerechtigd de delen daarvan van de begraafplaats te doen verwijderen en te doen vernietigen op kosten van de rechthebbende. 5.. Voor grafkelders en grafkelders geldt, dat de rechthebbende ook opdracht moet geven het graf in aansluiting op de bijzetting weer te sluiten. 6.. Voor grafkelders en graftombes is artikel 5. lid 1 niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel