Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 8.

Overschrijving vaste standplaatsvergunning

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit behorende bij de Marktverordening gemeente Amstelveen

1.. Bij blijvende arbeidsongeschiktheid of het overlijden van de vergunninghouder kan de standplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of de levenspartner van de vergunninghouder met behoud van de anciënniteit. 2.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan de standplaatsvergunning worden overgeschreven op een kind van de vergunninghouder, indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende een zelfde periode als mede-eigenaar van het bedrijf heeft gefunctioneerd en ook aantoonbaar met de vergunninghouder op de markt heeft gestaan. De datum van overschrijving bepaalt de plaats op de anciënniteitlijst. 3.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste of tweede lid, kan de standplaatsvergunning worden overgeschreven op een werknemer van de vergunninghouder, indien hij tenminste drie jaar aantoonbaar met de vergunninghouder op de markt heeft gestaan. De datum van overschrijving bepaalt de plaats op de anciënniteitlijst. 4.. Na het bereiken van de 55-jarige leeftijd van de vergunninghouder kan de standplaatsvergunning worden overgeschreven op een kind van de vergunninghouder, indien hij tenminste 3 jaar aantoonbaar met de vergunninghouder op de markt heeft gestaan. De datum van overschrijving bepaalt de plaats op de anciënniteitlijst. 5.. Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het voorgaande lid, kan de standplaatsvergunning worden overgeschreven op een werknemer van de vergunninghouder, indien hij tenminste 3 jaar aantoonbaar met de vergunninghouder op de markt heeft gestaan. De datum van overschrijving bepaalt de plaats op de anciënniteitlijst . 6.. Een aanvraag tot overschrijving wordt schriftelijk ingediend binnen twee maanden na het overlijden of pensionering van de vergunninghouder dan wel nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld. 7.. De verzoeker als bedoeld in 8.6, die rechthebbende is op een andere vaste plaats op dezelfde markt, verliest het recht op die plaats. 8.. Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.

Rechtspraak bij dit artikel