1.Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed, voorzover het lid is woonachtig is buiten de gemeente.
De vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten;
bij gebruik van een eigen vervoermiddel: een vergoeding van de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke reiskosten in overeenstemming met het bepaalde in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders;
Onverminderd het bepaalde in het eerste lid worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente vergoed overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie wethouders.
Hoofdstuk IV
Artikel 22
Reis- en verblijfkosten
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2006