Elke fractie legt, binnen drie maanden na het einde van een kalenderjaar, aan de raad verantwoording af over de besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning onder overlegging van een verslag.
Het verslag dient ten minste te bevatten:
Een gespecificeerd overzicht van de uitgaven gesplitst naar fractieondersteuning en publicaties;
Een toelichting op de uitgaven met vermelding van datum, soort uitgave en soort activiteit;
Indien sprake is van een activiteit dient vermeld te worden: het doel (onderwerp), de doelgroep en wordt informatie verstrekt over de deelname;
Indien sprake is van inhuren van personeel wordt vermeld welke functie de persoon vervult, wat de opdracht is geweest en welke vergoeding is verleend;
De griffier gaat na of het ingediende verslag voldoet aan de gestelde eisen onder artikel 13, lid 2.
Indien het verslag aanleiding geeft tot opmerkingen rapporteert hij dat aan de desbetreffende fractievoorzitter en wordt de fractie in de gelegenheid gesteld het verslag aan te vullen.
Controle van het verslag en toetsing of de uitgaven in aanmerking komen voor vergoeding vindt plaats door een raadscommissie. Deze commissie brengt advies uit aan de raad.
Uitgaven die niet of niet voldoende verantwoord of toegelicht kunnen worden, dan wel in strijd zijn
met de verordening, komen niet voor vergoeding in aanmerking.
De raad stelt na ontvangst van het advies van de commissie de bedragen vast van:
de uitgaven van een fractie die in het vorige kalenderjaar uit de bijdrage bekostigd zijn;
de wijziging van de reserve;
de resterende reserve;
de verrekening tussen de in onderdeel a. genoemde uitgaven en het ontvangen voorschot en, voor zover nodig, de hoogte van de terugvordering van ontvangen voorschotten.
Paragraaf 2:
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2007, eerste wijziging