Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening Burgerinitiatief

De voorzitter van de raad laat een burgerinitiatief plaatsen op de agenda van de eerstvolgende raadsvergadering indien en zodra daartoe door een initiatiefgerechtigde een ontvankelijk verzoek is ingediend. Niet-ontvankelijk is het burgerinitiatief dat: niet door ten minste 25 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund; een onderwerp als bedoeld in artikel 3 bevat; niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 4. Indien een burgerinitiatief op grond van het gestelde in het vorige lid onder “a” of “c” ongeldig is, wordt het met toelichting aan de initiatiefgerechtigde teruggezonden om hem in de gelegenheid te stellen om het aan te vullen of te corrigeren, binnen een nader door de voorzitter aangegeven redelijke termijn. Indien het burgerinitiatief op grond van het gestelde in het tweede lid onder “b” niet ontvankelijk is, wordt het op de lijst van ingekomen stukken van de raad geplaatst met het voorstel om de afdoening aan het college op te dragen. Indien het burgerinitiatief een voorstel of onderwerp bevat dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het gemeentebestuur, zal het door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies worden doorgezonden naar het college of de burgemeester in zijn hoedanigheid als bevoegde portefeuillehouder. Het college dan wel de burgemeester, indien het zijn bevoegdheid aangaat, informeren de raad over de verdere afdoening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel