De voorzitter van de raad laat een burgerinitiatief plaatsen op de
agenda van de eerstvolgende raadsvergadering indien en zodra daartoe
door een initiatiefgerechtigde een ontvankelijk verzoek is
ingediend.
Niet-ontvankelijk is het burgerinitiatief dat:
niet door ten minste 25 initiatiefgerechtigden wordt
ondersteund;
een onderwerp als bedoeld in artikel 3 bevat;
niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 4.
Indien een burgerinitiatief op grond van het gestelde in het vorige
lid onder “a” of “c” ongeldig is, wordt het met toelichting aan de
initiatiefgerechtigde teruggezonden om hem in de gelegenheid te
stellen om het aan te vullen of te corrigeren, binnen een nader door
de voorzitter aangegeven redelijke termijn.
Indien het burgerinitiatief op grond van het gestelde in het tweede
lid onder “b” niet ontvankelijk is, wordt het op de lijst van
ingekomen stukken van de raad geplaatst met het voorstel om de
afdoening aan het college op te dragen. Indien het burgerinitiatief
een voorstel of onderwerp bevat dat niet behoort tot de bevoegdheid
van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het
gemeentebestuur, zal het door de raad, eventueel vergezeld van zijn
advies worden doorgezonden naar het college of de burgemeester in
zijn hoedanigheid als bevoegde portefeuillehouder. Het college dan
wel de burgemeester, indien het zijn bevoegdheid aangaat, informeren
de raad over de verdere afdoening.