Wanneer er ingevolge deze verordening een maatregel op de bijstand plaatsvindt gedurende een langere periode dan 3 maanden, dient elke 3 maanden te worden nagegaan of de hoogte en de duur van de maatregel op grond van de omstandigheden van de belanghebbende dienen te worden aangepast.
HOOFDSTUK 5a: Regelingen in verband met de wijzigingen in de Wet werk en bijstand en de intrekking van de Wet investeren in jongeren per 1 januari 2012.
Artikel 18a Wijziging betekenis begrippen.
1. Waar in deze verordening de begrippen “alleenstaande”, “alleenstaande ouder” en “gezin” worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet.
2. Waar in deze verordening wordt gesproken van “gehuwde(n)” of “gehuwdennorm” hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als “gezin” bedoeld in artikel 4, respectievelijk “gezinsnorm” bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet.
Artikel 18b Onvoldoende meewerken aan een plan van aanpak.
Onder gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren als bedoeld in artikel 7 wordt vanaf 1 januari 2012 mede verstaan: het onvoldoende meewerken aan het opstellen, uitvoeren dan wel evalueren van een plan van aanpak.
Artikel 18c Intrekking Wet investeren in jongeren
Een verlaging op grond van gedragingen, benoemd in deze verordening kan eveneens worden toegepast op de bijzondere bijstand die aan belanghebbende op grond van artikel 12 van de wet wordt verstrekt.
HOOFDSTUK 6: SLOTBEPALINGEN