**1.** De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.
**2.** Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;
ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan.
**3.** Met betrekking tot de afvalstoffenheffing wordt als gebruiker aangemerkt degene die op 1 januari van het belastingjaar, of anders bij aanvang van het gebruik van een perceel in de loop van het belastingjaar, als zodanig bij de gemeente als gebruiker bekend is.
**4.** Het bepaalde in het derde lid is tevens van toepassing voor het vaststellen van de grootte van het huishouden in het kader van artikel 3 van deze verordening.
Artikel 2
Belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2010