Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Richtlijnen voor vergoeding meerkosten of onvoorzienbare kosten 2018

Onderdeel van Nadere regels Maatschappelijke Ondersteuning Diemen 2015 versie januari 2018.

(deze zijn historisch bepaald en kunnen jaarlijks geïndexeerd worden). Verhuis- en herinrichtingskosten tot een maximum van € 3.626,05. Tijdelijke huisvesting op basis van werkelijke kosten met een maximum van niet-zelfstandige woonruimte: het bedrag genoemd in artikel 13, lid 1, onder b van de Wet op de huurtoeslag. Maximaal € 320,00 per maand bij het tijdelijk betrekken of langer moeten aanhouden van niet-zelfstandige woonruimte. De hoogte van de vergoeding van meerkosten voor het bezoekbaar maken van een woning, bedraagt maximaal € 2.500,00. Dit bedrag is gebaseerd op kleine aanpassingen aan de woonruimte en toilet. Het primaat van verhuizen wordt toegepast bij woningaanpassingen waarvan de kosten boven de € 9.038,38 liggen. Om voor een vergoeding voor huurderving in aanmerking te komen, dient de huurbeëindiging een woning te betreffen die voor meer dan € 9.038.38 is aangepast. De hoogte van vergoeding in de kosten in verband met huurderving is afhankelijk van de kale huur van de woonruimte met een maximum van € 765,00 per maand. De eerste maand huurderving wordt niet vergoed. Woningsanering: In principe wordt alleen de slaapkamer gesaneerd. Bij kinderen onder de vier jaar kan ook de woonkamer worden gesaneerd (vloerbedekking en/of gordijnen). De hoogte van de financiële tegemoetkoming is afhankelijk van de afschrijvingstermijn van de te saneren artikelen: 100% als het artikel nieuwer is dan twee jaar; 75% als het artikel tussen de twee en vier jaar oud is; 50% als het artikel tussen de vier en zes jaar oud is; 25% als het artikel tussen de zes en acht jaar oud is; 0% als het artikel acht jaar of ouder is. Bedragen op basis van Nibud prijzen (vloerbedekking, vinylen jaloezieën). De hoogte van een te verlenen vergoedingen meerkosten voor vervoersvoorzieningen bedraagt: voor de vergoeding van meerkosten voor het gebruik van de eigen auto geldt een normbedrag € 848,64. Bij aantoonbare dreigende vereenzaming kan dit bedrag verhoogd worden tot maximaal € 1.703,53 voor buiten de regio, indien door de gemeente is vastgesteld en geen gebruik kan worden gemaakt van Wmo vervoer en Valys. voor een vergoeding van meerkosten voor het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 949,55, indien individueel vervoer medisch noodzakelijk is. Bij aantoonbare dreigende vereenzaming kan dit bedrag verhoogd worden tot € 1.703,53 per jaar voor vervoer buiten de regio: voor een vergoeding van meerkosten voor het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 1.052,73 indien individueel vervoer medisch noodzakelijk is. Bij aantoonbare dreigende vereenzaming kan dit bedrag verhoogd worden tot € 2.023,50 per jaar voor vervoer buiten de regio. voor gebruik van een gesloten buitenwagen geldt een normbedrag van € 474,77 per jaar. voor vervoer naar activiteiten in het kader van gehandicaptensport geldt vergoeding van meerkosten van € 635,00 per jaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel