Voor toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de weekmarkt, welke gehouden wordt op dinsdag;
marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de raad voor het uitoefenen van de markthandel is of wordt aangewezen;
standplaats: de op en voor de duur van een markt door het bevoegde gezag aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste plaats: een standplaats, die tot wederopzeggens beschikbaar wordt gesteld;
dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;
standwerker: de marktkoopman, die als zodanig publiek om zich heen verzamelt, een (het publiek aansprekende) uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen artikel en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen;
standwerkers-
plaats: een standplaats die per marktdag beschikbaar wordt gesteld en die uitsluitend door een standwerker mag worden ingenomen, dan wel aan een standwerker mag worden toegewezen;
standplaats-
houder: ieder aan wie door het bevoegde gezag is toegestaan om gedurende een markt een standplaats te bezetten;
marktmeester: de als zodanig door burgemeester en wethouders aangewezen gemeente-ambtenaar.