Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Artikel 8

Onderdeel van Marktverordening 1994

1.. Om voor een vaste plaats in aanmerking te komen is vereist dat de aanvrager, die een natuurlijk persoon dient te zijn, aantoont: dat hij handelingsbekwaam is; dat hij voldaan heeft aan alle voorgeschreven publiekrechtelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie; dat hij van het bedrijven van handel zijn hoofdberoep maakt; dat hij genoegzaam verzekerd is tegen eisen tot het betalen van schadeloosstelling, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting op een markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebracht lichamelijk letsel en wegens beschadiging van eigendommen van derden. 2.. De standplaatshouder dient jaarlijks, indien burgemeester en wethouders daarom verzoeken, het bewijs over te leggen dat door hem de premie is voldaan van de in het eerste lid, onder d vereiste verzekering. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen van het bepaalde in het eerste lid onder c en d ontheffing verlenen. Ontheffing van het bepaalde in het eerste lid onder d wordt alleen dan verleend in het geval de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging alsmede de beleving daarvan zich tegen de in het eerste lid onder d gestelde eis verzetten. 4.. Een standplaatshouder wordt geacht aan het in het eerste lid, onder d genoemde voorschrift te hebben voldaan, indien hij overlegt een geldig bewijs van lidmaatschap van een organisatie, welke voor al haar leden een collectieve verzekering als bedoeld in het eerste lid, onder d bedoeld, heeft aangesloten. 5.. Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van het in het eerste lid, onder b, c en d indien de aanvrager: persoonlijk voldoet aan de bij de toepasselijke vestigingsregeling gestelde eisen ter verkrijging van een vestigingsvergunning als bedoeld in de Vestigingswet Bedrijven 1954 of de Vestigingswet detailhandel; bij de uitoefening van de markthandel werkzaam zal zijn uit naam van een rechtspersoon, die voldoet aan de in het eerste lid onder b, c en d gestelde eisen; van het verkopen van waren of goederen zijn hoofdberoep maakt.

Rechtspraak bij dit artikel