Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.

Artikel 11

Aanvraag monumentenvergunning.

Onderdeel van Monumentenverordening 2001

1.. Bij de aanvraag om vergunning als bedoeld in artikel 10 worden de door burgemeester en wethouders verlangde gegevens overlegd. 2.. Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid, alsmede aan de eisen die gelden ingevolge de artikelen 4:1 en 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, stellen burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken de de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen. 3.. Indien de aanvraag in behandeling wordt genomen, leggen burgemeester en wethouders de aanvraag op de secretarie voor een ieder ter inzage. Indien in de aanvraag gegevens voorkomen of uit de aanvraag kunnen worden afgeleid, waarvan de geheimhouding met het oog op de bescherming van bedrijfsgeheimen gerechtvaardigd is, besluiten burgemeester en wethouders op een daartoe strekkend verzoek van de aanvrager dat die gegevens niet ter inzage worden gelegd. De burgemeester doet kennisgeving van de ter inzage legging op de gebruikelijke wijze en vermeldt daarbij de mogelijkheid om binnen een termijn van twee weken zienswijzen naar voren te brengen bij burgemeester en wethouders. 4.. Burgemeester en wethouders brengen de aanvraag terstond ter kennis van de monumentencommissie. 5.. De monumentencommissie brengt binnen 3 weken na ontvangst van de aanvraag haar advies uit aan burgemeester en wethouders. 6.. Burgemeester en wethouders geven in het geval dat naast een monumentenvergunning ook een lichte bouwvergunning is vereist, binnen 6 weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking op de aanvraag om monumentenvergunning en in het geval er naast een monumentenvergunning ook een reguliere bouwvergunning is vereist, binnen 12 weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking op de aanvraag om monumentenvergunning. Indien het besluit op de aanvraag om reguliere bouwvergunning wordt verdaagd, wordt de beslissing op de monumentenvergunning genomen binnen 18 weken na ontvangst van de aanvraag. 7.. Indien burgemeester en wethouders niet voldoen aan het zesde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend. 8.. Burgemeester en wethouders zenden onmiddellijk een afschrift van hun beschikking aan de monumentencommissie en aan degenen die hun zienswijzen naar voren hebben gebracht. 9.. Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend dan wel van rechtsweg is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt ingevolge de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op dat bezwaar en een eventueel ingesteld beroep en hoger beroep is beslist.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel