Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 1

Artikel 3

De aanwijzing tot beschermd gemeentelijk monument.

Onderdeel van Monumentenverordening 2001

1.. Burgemeester en wethouders kunnen, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, roerende en onroerende monumenten aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2.. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van advies achterwege blijven. 3.. Burgemeester en wethouders besluiten niet tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument, dan nadat de eigenaar is gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan afwijken. 4.. Burgemeester en wethouders besluiten niet tot de aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument, dan nadat de eigenaar is gehoord. In spoedeisende gevallen kunnen zij hiervan afwijken. 5.. De aanwijzing kan geen monumenten betreffen die zijn aangewezen op grond van de Monumentenwet 1988 dan wel op grond van de monumentenverordening van de provincie Overijssel.

Rechtspraak bij dit artikel