**1..** Indien in enig geval wordt vastgesteld dan wel sterk moet worden vermoed, dat de voorgenomen uitoefening van de bevoegdheid niet in overeenstemming is met het bepaalde in artikel 6, legt de gemandateerde de betreffende zaak vooraf voor aan de portefeuillehouder als het gaat om een bevoegdheid van het college. Indien deze dat nodig acht, wordt de zaak ter nadere besluitvorming voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. Wanneer het gaat om een bevoegdheid van de burgemeester wordt de zaak ter besluitvorming voorgelegd aan de burgemeester.
**2..** Het voorleggen van zaken aan de portefeuillehouder, dan wel voor zover toepasselijk aan de burgemeester, als bedoeld in lid 1, geschiedt in elk geval indien:
het voornemen bestaat tot afwijking of aanvulling van het tot dan toe gevoerde beleid;
rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat de betrokken portefeuillehouder en/of het college dan wel de burgemeester zal worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor het te nemen besluit (bestuurlijke/politieke gevoeligheid);
uit het te nemen besluit niet voorziene financiële en/of andere belangrijke consequenties kunnen voortvloeien;
de betrokken portefeuillehouder of de burgemeester dat kenbaar heeft gemaakt;
in alle gevallen waarin dat in het ondermandaatbesluit is aangegeven.
Artikel 7.
Voorleggen van zaken aan de portefeuillehouder
Onderdeel van Instructie/Regels met betrekking tot de toepassing van het mandaat-, volmacht- en machtigingsbesluit gemeente Leudal