In dit besluit wordt een aantal begrippen gehanteerd, waaronder het volgende wordt verstaan:
Ten aanzien van mandaat
mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de mandaatgever) een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna te noemen: Awb);
ondermandaat: de door de mandaatgever aan de gemandateerde verleende bevoegdheid het mandaat door te mandateren aan een derde;
mandaatgever: degene die het mandaat verleent;
gemandateerde: degene die het mandaat ontvangt;
uitvoeringsmandaat: de bevoegdheid om door het bevoegde bestuursorgaan genomen besluiten namens hem uit te voeren, onder meer door deze besluiten schriftelijk te verwoorden in correspondentie aan belanghebbenden;
beslissingsmandaat: de bevoegdheid om in naam en onder verantwoordelijkheid van het bevoegde bestuursorgaan beslissingen te nemen;
vertegenwoordigingsmandaat: de bevoegdheid om het bevoegde bestuursorgaan te vertegenwoordigen in bestuursrechtelijke geschillen door middel van machtiging.
Ten aanzien van volmacht
volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de volmachtverlener) te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen en deze te verrichten;
volmachtverlener: degene die de volmacht verleent;
gevolmachtigde: degene die de volmacht ontvangt.
Ten aanzien van machtiging
machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan (de machtigingverlener) feitelijke handelingen te verrichten;
machtigingverlener: degene die de machtiging verleent;
gemachtigde: degene die de machtiging ontvangt.
Ten aanzien van attributie
attributie: het scheppen van een nieuwe originaire bevoegdheid.
geattribueerde: degene die de attributie ontvangt.
Actieve informatieplicht: verplichting op grond van artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet om de raad vóóraf te informeren en wensen en bedenkingen in te winnen over beslissingen en handelingen, genoemd in artikel 160, lid 1 onder e, f, g en h van de Gemeentewet, indien de raad te kennen heeft gegeven geïnformeerd te willen worden of wanneer die beslissingen of handelingen ingrijpende gevolgen voor de gemeente kunnen hebben.
Heffings- en invorderingsambtenaar: de door een besluit van het college aangewezen ambtenaar, als bedoeld in artikel 231, tweede lid, aanhef en onder b tot en met e van de Gemeentewet.
Het bestuursorgaan: de gemeenteraad van de gemeente Lopik, het college van de gemeente Lopik of de burgemeester van de gemeente Lopik.
Leidinggevende: de gemeentesecretaris dan wel het afdelingshoofd / teamleider.