Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4. › AFDELING 3

Artikel 4.11

Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen of te doen vellen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom indien het betreft: fruitbomen en windschermen om boomgaarden mits de recreatieve en landschappelijk waarde niet wordt aangetast; kweekgoed; houtopstand, die deel uitmaakt van een als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwonderneming, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor: bomen waarvan de dwarsdoorsnede minder dan 30 centimeter bedraagt, gemeten op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld; houtopstand die bij wijze van dunning wordt geveld; houtopstand die moet worden geveld op grond van de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving op last van het college, zulks onverminderd het bepaalde in lid 7; wilgen (uitgezonderd geknotte wilgen), populieren, coniferen, berken en elzen die in achtertuinen staan binnen de bebouwde kom; het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het regulier onderhoud waarbij geldt dat essen, berken en elzen niet ouder mogen zijn dan 15 jaar en eiken niet ouder dan 30 jaar. De vergunning moet schriftelijk, gemotiveerd en onder bijvoeging van een situatieschets worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degene die krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te beschikken. a.Wanneer het bureau LASER aan het college een afschrift heeft toegezonden van de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet, beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een vergunningaanvraag. De vergunning kan worden geweigerd op grond van: de natuurwaarde van de houtopstand; de landschappelijke waarde van de houtopstand; de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; de beeldbepalende waarde van de houtopstand; de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; de waarde voor recreatie en leefbaarheid; de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. 6. Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen moet worden herplant; Wordt een voorschrift als bedoeld onder lid 6, sub a. gegeven, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen; Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kunnen behoren aanwijzingen ter bescherming van in en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna; Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften behoort het standaardvoorschrift dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de bezwaartermijn afloopt. Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar of een voorlopige voorziening is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht één week nadat op dat bezwaar of een voorlopige voorziening is beslist. 7. Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld dan wel op andere wijze tenietgegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn; Wordt een verplichting als bedoeld in lid 7, sub a opgelegd, dan kan daarbij worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet worden vervangen; Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze afdeling van toepassing is, ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hem te geven aanwijzingen binnen een door hem te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen; Degene aan wie een verplichting als bedoeld in lid 7, sub a. tot en met c. is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

Rechtspraak bij dit artikel