Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.2

Bekwaamheid van de cliënt

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Berkelland 2017

De cliënt moet zelf, met hulp van het sociale netwerk of een vertegenwoordiger, in staat zijn tot een redelijke waardering van zijn belangen. De cliënt moet contracten kunnen aangaan en de gevolgen daarvan kunnen overzien. In elk individueel geval zal bekeken moeten worden of decliënt in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen. Er kan niet in zijn algemeenheid situaties (zoals schulden of verslaving)benoemd worden waarin geen pgb verstrekt wordt. Als uit onderzoek blijkt dat een cliënt zelf niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en er ook geen hulp van het sociale netwerk of een vertegenwoordiger is, kan het pgb geweigerd worden. Als een pgb niet mogelijk is, blijft het college wel een compensatieplicht houden. In de beschikking wordt het pgb afgewezen en de voorziening in natura toegekend. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld. Een pgb moet toereikend zijn. De cliënt moet met het toegekende pgb bij een aanbieder de maatwerkvoorziening kunnen aanschaffen. De situatie waarin de door de cliënt beoogde ondersteuning duurder is dan de ondersteuning door zorg in natura betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd kan worden. Cliënten moeten zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door de medewerker van het Voormekaar team voorgestelde aanbod. De medewerker van het Voormekaar team kan het pgb slechts weigeren voor dat gedeelte dat duurder is dan het voorgestelde aanbod. Als een cliënt een andere voorziening wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de belanghebbende aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren als in het programma van eisen wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen.

Rechtspraak bij dit artikel