Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 8

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing 2012

De belasting welke bij wege van aanslag worden geheven moeten, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de tweede twee maanden later. In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 12,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 10 gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat, indien na de kalendermaand waarin de aanslagen worden opgelegd, minder dan 10 kalendermaanden in het jaar van heffing overblijven, de aanslagen dienen te worden betaald in zoveel termijnen als er nog kalendermaanden in het jaar overblijven, met een minimum van 4. In afwijking van het eerste en tweede lid geldt in geval het totaalbedrag van de aanslag € 12,-- of minder is en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslag moet worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en de volgende telkens één maand later. Indien een termijnbedrag als genoemd in het tweede en derde lid niet geïncasseerd kan worden, zal het eerstvolgende termijnbedrag van het desbetreffende aanslagbiljet middels geautomatiseerde betalingsincasso geïncasseerd worden, onder voorwaarde dat het nog verschuldigde termijnbedrag uiterlijk op de laatste dag van de volgende maand wordt betaald. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede en derde lid tweemaal niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het desbetreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en dient het nog openstaande bedrag van het aanslagbiljet te worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand waarin de mogelijkheid van automatische betalingsincasso is komen te vervallen. In afwijking van het voorgaande moet het gevorderde bedrag, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel behorende bij deze verordening, tegen contante betaling worden voldaan op het moment van de uitreiking van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 6 van deze verordening. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel