1.De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
wijze waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard
en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.
De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving
uitvoeren.
Ter bevordering van een doelmatige en doeltreffende
accountantscontrole vindt periodiek (afstemmings)overleg plaats
tussen de accountant en een vertegenwoordiging uit de raad, een
vertegenwoordiger van de rekenkamer(functie), de portefeuillehouder
Middelen, de gemeentesecretaris en het sectorhoofd Middelen.
Artikel 4
Inrichting accountantscontrole
Onderdeel van Verordening voor de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiele organisatie van de gemeente Heumen