**1..** Burgemeester en wethouders kunnen ten aanzien van gemeentelijke
monumenten en voorlopige gemeentelijke monumenten ambtshalve
wijzigingen aanbrengen in het gemeentelijk erfgoedregister.
**2..** Als de wijziging ziet op het schrappen uit het register is paragraaf
3 van overeenkomstige toepassing, tenzij het monument of het
archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft als
zodanig is tenietgegaan.
**3..** Een aanwijzing vervalt met ingang van de dag waarop het monument of
het archeologisch monument waarop de aanwijzing betrekking heeft is
ingeschreven in het rijksmonumentenregister of een provinciaal
erfgoedregister als bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de
Erfgoedwet. Het vervallen van de aanwijzing wordt onverwijld
bijgehouden in het gemeentelijk erfgoedregister.
Hoofdstuk 3
Artikel 12.