De omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 14, eerste lid, kan door
burgemeester en wethouders worden ingetrokken:
als de verlening berust op onjuiste of onvolledige gegevens en
de juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zouden
hebben geleid;
voor zover veranderde omstandigheden of feiten met betrekking
tot de activiteit waarvoor de omgevingsvergunning is verleend,
zich in overwegende mate tegen voortzetting of ongewijzigde
voortzetting van die activiteit verzetten.
Hoofdstuk 4
Artikel 15