**1..** De gemeenteraad kan, op voorstel van burgemeester en wethouders,
stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads-
of dorpsgezicht.
**2..** Burgemeester en wethouders zenden het voorstel voor advies aan de
commissie, bedoeld in artikel 8, eerste lid. Artikel 8, tweede en
derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
**3..** De gemeenteraad beslist binnen 26 weken na verzending van het
voorstel bedoeld in het tweede lid.
**4..** Een aangewezen gemeentelijk stads- of dorpsgezicht wordt onverwijld
opgenomen in het gemeentelijk erfgoedregister.
**5..** De gemeenteraad stelt ter bescherming van een op grond van het
eerste lid aangewezen beschermd stads- of dorpsgezicht een
bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Bij
het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht
kan hiertoe een termijn worden gesteld.
**6..** Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of
dorpsgezicht wordt bepaald of en in hoeverre geldende
bestemmingsplannen als beschermend plan in de zin van het vorige lid
kunnen worden aangemerkt, dan wel of een beheersverordening als
bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening kan worden vastgesteld.
**7..** Als een bestemmingsplan als bedoeld in het vijfde of zesde lid,
opnieuw moet worden vastgesteld ingevolge artikel 3.1, tweede lid
van de Wet ruimtelijke ordening, kan de gemeenteraad in afwijking
van artikel 3.1, eerste lid, van die wet, voor het desbetreffende
gebied een beheersverordening als bedoeld in die wet
vaststellen.
**8..** Dit artikel is niet van toepassing op beschermde stads- en
dorpsgezichten die zijn aangewezen op grond van artikel 35, eerste
lid, van de Monumentenwet 1988 of een provinciale verordening als
bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht.
Hoofdstuk 6
Artikel 18