Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 22

Instandhoudingsbepaling van een archeologisch monument of een archeologisch verwachtingsgebied

Onderdeel van Erfgoedverordening gemeente Neder-Betuwe 2017

1.. Het is verboden om de bodem van een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a., of bedoeld in artikel 1, onder b. of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder c., dieper dan 30 centimeter onder het maaiveld te verstoren. 2.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing, als: het een verstoring betreft in een archeologische zone zoals aangegeven op de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart en waarbij die verstoring plaatsvindt in een zone aangemerkt als: Waarde 1, waarbij de bodemingreep kleiner is dan 100 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 centimeter onder het maaiveld; voor gronden met Waarde 1 die op de beleidskaart staan aangegeven als ‘aangetast’ geldt een vrijstellingsdiepte van 50 cm –mv; Waarde 2, waarbij de bodemingreep kleiner is dan 1.000 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 centimeter onder het maaiveld; voor gronden met Waarde 2 die op de beleidskaart staan aangegeven als ‘aangetast’ geldt een vrijstellingsdiepte van 50 cm –mv; Waarde 3: waarbij de bodemingreep kleiner is dan 10.000 m² én de diepte van de ingreep niet dieper reikt dan 30 centimeter onder het maaiveld; voor gronden met Waarde 3 die op de beleidskaart staan aangegeven als ‘aangetast’ geldt een vrijstellingsdiepte van 50 cm –mv; uit meitellinggevens blijkt dat het betreffende perceel door een fruitteeltbedrijf of laanboomkwekerij in gebruik is als laanboomperceel en bij toepassing van de ingreep er sprake is van voortzetting van het huidige gebruik. in het geldende bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen over de archeologische monumentenzorg; sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en in de vergunning voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg; burgemeester en wethouders nadere regels stellen voor de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als bedoeld in het eerste lid van dit artikel; een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. burgemeester en wethouders een besluit hebben genomen ten aanzien van het opgraven van het te verstoren gebied/terrein; 3.. op de beleidskaart aangegeven witte en grijze zone’s binnen de gemeentegrens, zijn vrijgesteld van archeologisch onderzoek

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel