**1..** De hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bij intrekking of beëindiging van bijstand wordt gedurende twaalf maanden na de verzenddatum van dit besluit vastgesteld op:
Het bedrag dat belanghebbende maandelijks reeds afloste tijdens de bijstandsperiode; of
het bedrag dat belanghebbende op grond van het gestelde in artikel 7:38 diende af te lossen.
**2..** Na afloop van de termijn van twaalf maanden na verzenddatum van het intrekkings- of beëindigingsbesluit, voert het college een onderzoek uit naar de maandelijkse aflossingscapaciteit van belanghebbende. Het college stelt vervolgens aan belanghebbende voor om deze actuele aflossingscapaciteit te hanteren als maandelijkse aflossing.
**3..** Indien belanghebbende tijdens het nemen van een terugvorderingsbesluit een ander inkomen ontvangt dan een uitkering voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, dan voert het college een onderzoek uit naar de maandelijkse aflossingscapaciteit van belanghebbende. Het college stelt vervolgens aan belanghebbende voor om deze actuele aflossingscapaciteit te hanteren als maandelijkse aflossing.
**4..** Indien belanghebbende niet akkoord gaat met het in het tweede en derde lid genoemde voorstel of wel akkoord gaat maar de hieruit voortvloeiende betalingsafspraak niet nakomt, geldt het bepaalde in artikel 7:36, eerste lid en 7:43 onverkort.
**5..** Het in het tweede en derde lid genoemde onderzoek naar de aflossingscapaciteit van belanghebbende wordt periodiek, doch uiterlijk binnen drie jaar, herhaald.
Hoofdstuk 7
Artikel 7:39
Vaststelling hoogte maandelijkse aflossingscapaciteit niet-uitkeringsgerechtigde
Onderdeel van Beleidsregels Sociaal Domein gemeente Lansingerland